Eindejaarstips 2015

Inhoudsopgave

Inkomstenbelasting – eindejaarstips

Beslis nog in 2015 voor een andere auto met lager bijtellingspercentage
[!] In 2017 volgen waarschijnlijk de echt grote hervormingen ten aanzien van de bijtelling van de auto van de zaak of van de eigen onderneming. Door nog dit jaar een nieuwe auto te kopen of leasen, kan een aanzienlijk fiscaal voordeel worden behaald. Wie nog in 2015 een auto leaset of koopt, geniet nog vijf jaar lang van de voordeligere bijtellingstarieven.
[!] In een besluit is goedgekeurd dat het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van een ondernemer voor een (semi-)elektrische auto die de onderneming ter beschikking stelt, deel uitmaakt van de terbeschikkingstelling van de auto. Daardoor is er dus geen ‘extra’ bijtelling nodig. De met de (semi-)elektrische auto en de oplaadvoorziening samenhangende kosten zijn aftrekbaar van de winst. De onttrekking wegens privégebruik van de auto maakt deel uit van de terbeschikkingstelling van de auto. Er vindt geen verhoging van de catalogusprijs plaats.

Laatste kans om via RDA winst te verlagen met R&D-kosten
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de Research & Development Aftrek (RDA) samengevoegd met de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk. De RDA wordt tot en met 2015 verrekend met de winst terwijl de nieuwe afdrachtvermindering met ingang van 2016 wordt verrekend met de loonheffing. Het kan gunstig uitpakken om bepaalde kosten nog in 2015 te maken of juist uit te stellen tot 2016.
[!] Startende ondernemers maken soms nog geen winst, waardoor zij geen voordeel hebben
van het gebruik van de RDA. Door de wijzigingen die in 2016 ingaan, zullen zij sneller vande regeling kunnen gebruikmaken.
[!] Zzp-ers die wel in 2015 in aanmerking komen voor een aftrek van de winst via de RDAkrijgen vanaf 2016 te maken met een verzilveringsprobleem. Zij hebben immers geen personeel in dienst en kunnen dus geen beroep doen op een afdrachtvermindering. Ondernemers met relatief weinig personeel en hoge S&O-kosten en uitgaven kunnen met een vergelijkbaar verzilveringsprobleem te maken krijgen.
[!] Ondernemingen die vanaf 1 januari 2016 hun kosten van research & development willen
verlagen, moeten uiterlijk 30 november 2015 elektronisch een WBSO-aanvraag indienen
bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland.

Wacht tot 2016 met energiebesparende investeringen
De EIA is in 2016 58% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum). In 2015 is deze ‘slechts 41,5%’. Het kan dus voordelig zijn om investeringen uit te stellen tot 2016.

Verminder inkomstenbelasting door investeringsaftrek
Bij investeringen in bedrijfsmiddelen zijn er verschillende mogelijkheden om een deel van de investering terug te krijgen via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en/of de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor de KIA mag het investeringsbedrag niet hoger zijn dan € 309.693. Bij een investering tussen € 55.745 en € 103.231 is de KIA het hoogste, namelijk een vast bedrag van € 15.609 (cijfers 2015).
[!] De EIA is in 2015 41,5% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum) en de MIA is 13,5%, 27% of 36% (afhankelijk van de soort milieu-investering en boven het drempelbedrag).
[!] Het komt voor dat wel recht bestond op de KIA, EIA en/of MIA, maar dat in de aangifte abusievelijk niet hierom is verzocht. Goedgekeurd is dat in zo’n geval aan de inspecteur kan worden gevraagd om de investeringsaftrek alsnog te verlenen en de aanslag ambtshalve te verminderen. Dit verzoek moet dan wel binnen vijf jaar worden gedaan.

Controleer of herinvestering nodig is voor veiligstellen HIR
Belastingheffing op de boekwinst van een verkocht bedrijfsmiddel is onder voorwaarden uit te stellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). Op de balansdatum moet dan wel een voornemen tot herinvesteren bestaan. De herinvestering moet plaatsvinden binnen drie jaar na het jaar waarin de HIR is gevormd, anders valt deze vrij in de winst. Een HIR die in 2012 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2015 zijn benut voor een nieuw bedrijfsmiddel. Het is dus verstandig om te controleren of herinvestering nog in 2015 moet gebeuren.
[!] Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn van drie jaar worden verlengd.
[!] De afboeking van de HIR kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een langere periode dan tien jaar wordt afgeschreven, zoals een bedrijfspand. In dat geval moet het vervangende bedrijfspand in economische zin dezelfde functie vervullen als het verkochte bedrijfspand.

Voorkom verdamping van verliezen uit 2006
Onbenutte verliezen uit 2006 en eerdere jaren zijn na 31 december 2015 verdampt. Door actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen in 2015 wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.

Profiteer van minder strenge sanctie bij aflossingsachterstand eigen woning
Als een achterstand in de aflossing van de schuld voor de eigen woning niet binnen de daarvoor geldende termijnen wordt ingehaald, gaat de schuld waarvoor de aflossingsachterstand geldt, permanent over naar box 3. Er bestaat dan definitief geen recht meer op renteaftrek binnen de eigenwoningregeling. Deze sanctie is aangepast met terugwerkende kracht tot en met de invoering van de aflossingseis op 1 januari 2013. De desbetreffende schuld gaat nog wel steeds over naar box 3, maar die overgang is niet langer permanent. Die schuld of een nieuwe, opvolgende schuld kan op enig moment weer wel tot de eigenwoningschuld worden gerekend als voor deze bestaande of nieuwe schuld (weer) is voldaan aan de eisen voor het aanmerken als eigenwoningschuld (volledig en ten minste annuïtair aflossen binnen 360 maanden). Profiteer van deze minder strenge sanctie
en los de eigenwoningschuld zo snel mogelijk af om te kunnen terugkeren naar de eigenwoningregeling van box 1.
[!] In de periode tussen overgang naar box 3 en terugkeer naar box 1 bestaat geen recht op renteaftrek binnen de eigenwoningregeling.

Trek rente af die via schenking op lening voor eigen woning is afgeboekt
De rente die kinderen verschuldigd worden op een geldlening van hun ouders voor de aanschaf of verbetering van een eigen woning, kan jaarlijks door de ouders worden terug geschonken. De Hoge Raad heeft beslist dat de rente ook aftrekbaar is als deze eerst wordt bijgeschreven op de lening en later wordt afgelost door middel van een schenking.

Maak gebruik van renteaftrek zonder lening direct te besteden aan eigen woning
Als geleend geld niet meteen wordt gebruikt voor verbetering of onderhoud van de eigen woning, hoeft dat volgens de Hoge Raad nog niet te betekenen dat niet meer wordt voldaan aan het oogmerkvereiste en de rente daarom niet aftrekbaar is in box 1. Het oogmerk om de geleende gelden te besteden aan verbetering of onderhoud is echter niet meer aanwezig, voor zover de gelden zijn gebruikt voor andere doeleinden en niet een daarmee overeenkomend bedrag liquide beschikbaar is gebleven. Concreet betekent dit dat een woningbezitter het door de bank verstrekte bedrag niet per se direct voor de eigen woning hoeft te gebruiken, zolang datzelfde bedrag maar wel liquide beschikbaar is, en ook beschikbaar blijft totdat de aankoop of verbouwing heeft plaatsgevonden. Alleen onder deze voorwaarden is de rente aftrekbaar.

Verlaag box 3-vermogen door vooruitbetaling hypotheekrente
Wie vermogensrendementsheffing in box 3 moet betalen, kan zijn vermogen per 1 januari 2016 verminderen door al in 2015 hypotheekrente vooruit te betalen. In 2015 is het hoogste tarief voor aftrek van hypotheekrente ook nog eens hoger (51%) dan in 2016 (50,5%). Het moet wel gaan om hypotheekrente die betrekking heeft op maximaal de eerste zes maanden van 2016.
[!] Als door de vooruitbetaling in 2015 in 2016 wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld, bestaat daar toch geen recht op.

Benut dubbele vrijstelling fiscale partners bij KEW/SEW/BEW
Voor fiscale partners wordt het wettelijk mogelijk gemaakt om ook zonder feitelijke aanpassing van de begunstiging een dubbele vrijstelling te benutten. Vanaf 1 januari 2016 kunnen partners bij het indienen van de aangifte een “verzoek gezamenlijk genieten kapitaalverzekering” doen. Een uitkering uit een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering (BH-kapitaalverzekering) of een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een gedeblokkeerd tegoed op een spaarrekening eigen woning (SEW) of een gedeblokkeerde waarde van een beleggingsrecht eigen woning (BEW) wordt dan geacht voor de helft bij iedere partner op te komen. Vervolgens kan iedere partner voor zijn deel van de uitkering, het tegoed of de waarde zijn persoonlijke vrijstelling benutten. Zo worden partners in eenzelfde positie gebracht als waarin zij zouden verkeren als zij tijdig de begunstiging of de gerechtigdheid zouden hebben gewijzigd.

Maak (tijdig) gebruik van aftrek lijfrentepremies
Bij een pensioentekort mag maximaal 13,8% van de premiegrondslag als premies voor lijfrenten in aftrek worden gebracht op het inkomen in box 1. Hierop komen nog in mindering de opbouw van pensioenaanspraken en de dotaties aan de oudedagsreserve.
[!] De aftrek van lijfrentepremies in box 1 geldt vanaf 2015 slechts tot een pensioengevend loon van € 100.000.
[!] Een lijfrentepremie moet uiterlijk op 31 december 2015 zijn betaald, wil deze nog tot aftrek kunnen komen in 2015.
[!] Wanneer een ondernemer in 2015 zijn onderneming staakt en de stakingswinst vóór 1 juli 2016 omzet in een lijfrente, is in 2015 ook de premie aftrekbaar die in de eerste helft van 2016 wordt betaald. Hetzelfde geldt bij de omzetting van een oudedagsreserve in een lijfrente.

Profiteer van afschaffing minimumwaarderingsregel bij afkoop lijfrente
Als een aanspraak op een lijfrente of andere periodieke uitkeringen wordt afgekocht, vindt belastingheffing plaats door negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in box 1 in aanmerking te nemen. De waarde wordt minimaal gesteld op het totaal van de betaalde premies en andere bedragen. Deze zogenoemde minimumwaarderingsregel kan ongewenste gevolgen hebben bij afkoop. Daarom is in een besluit geregeld dat deze minimumwaarderingsregel niet meer hoeft te worden toegepast bij afkoop. Dit scheelt in de inkomstenbelasting.
[!] Voor afkopen die zijn gedaan vóór 1 januari 2016 en waarin de termijn voor ambtshalve vermindering nog niet is verlopen, kan deze tegemoetkoming ook worden verleend.

Voorkom belastingrente door voorlopige aanslag aan te vragen
Wie verwacht (meer) belasting te moeten betalen over 2015, kan verzoeken om een voorlopige aanslag op te leggen of een verzoek doen om de voorlopige aanslag te herzien. Is zo’n verzoek ingediend voor 1 mei 2016, dan is namelijk geen belastingrente verschuldigd als de (nadere) voorlopige aanslag conform het verzoek wordt opgelegd.
[!] Het programma “Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2015” van de Belastingdienst houdt geen rekening met bepaalde op 1 januari 2015 in werking getreden wetswijzigingen.

Controleer voor schenking of ANBI heeft voldaan aan publicatieplicht
Voor algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) geldt sinds 1 januari 2014 een publicatieplicht. Kerkgenootschappen met een ANBI-status hoeven pas op 1 januari 2016 hieraan te voldoen. De ANBI-status wordt geweigerd of ingetrokken als een instelling niet voldoet aan de publicatieplicht. In zo’n geval is een schenking aan een ANBI fiscaal niet voordelig. Het is aan te bevelen om te checken of een ANBI haar verplichtingen is nagekomen. De ANBI moet onder meer de volgende gegevens publiceren: de officiële naam en de voor het publiek bekende naam, het KvK-nummer en/of het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Identificatienummer (RSIN), het post- of bezoekadres, het telefoonnummer of het e-mailadres, de doelstelling volgens de statuten, de samenstelling van het bestuur en de balans en de winst- en verliesrekening.

Dien een T-biljet in om belasting terug te krijgen bij kleine (bij)banen
Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk te veel loonbelasting/premie volksverzekeringen zijn ingehouden. In dat geval kan het te veel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet worden teruggevraagd. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het desbetreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14 bedragen. Tot en met 31 december 2015 kunnen de
T-biljetten over 2010 en latere jaren nog worden ingediend.
[!] Het is verstandig om vooraf een berekening te (laten) maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld leidt tot een te betalen bedrag in plaats van tot een teruggave.

Inkomstenbelasting – aandachtspunten

Voldoe aan het urencriterium voor ondernemersfaciliteiten
Voor de zelfstandigenaftrek, de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve geldt een urencriterium. Minimaal 1.225 uren moeten in een kalenderjaar zijn besteed aan de onderneming en ook nog eens minimaal 50% van de beschikbare tijd.
[!] Voor startende ondernemers geldt een soepeler urencriterium doordat de 50%-eis niet geldt. Startende ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben genoeg aan 800 ondernemingsuren om te voldoen aan het urencriterium.
[!] Deeltijdondernemers, die naast hun onderneming een dienstbetrekking hebben, zullen doorgaans niet kunnen voldoen aan het urencriterium. Rechtbank Den Haag heeft beslist dat de reistijd die is gemaakt voor de dienstbetrekking, niet meetelt voor de uren die voor de dienstbetrekking worden gemaakt, maar Hof Den Haag besliste daarna dat die uren wel meetellen. De Hoge Raad moet hier nog over beslissen. Deeltijdondernemers kunnen zich voorlopig op het standpunt stellen dat de reistijd van de dienstbetrekking niet meetelt voor de uren van de dienstbetrekking. Hierdoor zullen zij iets gemakkelijker kunnen voldoen aan het urencriterium.
[!] Ondernemers die twee jaar achter elkaar niet voldoen aan het urencriterium, moeten de oudedagsreserve belast laten afnemen met het bedrag van de oudedagsreserve dat hoger is dan het ondernemingsvermogen.

Let op: wijzigingen voor emigrerende aanmerkelijkbelanghouder
Winstuitdelingen na emigratie van een aanmerkelijkbelanghouder leiden sinds 15 september 2015 in alle gevallen tot belastingheffing of tot een (naar rato) intrekking van het uitstel van betaling en de conserverende belastingaanslag wordt niet meer alleen als gevolg van tijdsverloop na tien jaar kwijtgescholden. Deze maatregelen zijn bedoeld om de in Nederland opgebouwde fiscale claim te behouden en om fiscaal gedreven emigratie te
voorkomen.
[!] De belasting die in het buitenland wordt geheven, komt in mindering op de Nederlandse heffing.
[!] De vestigingsplaatsfictie, die bepaalt dat een lichaam gedurende tien jaar na verplaatsing van de werkelijke leiding nog wordt geacht in Nederland te zijn gevestigd, is ook aangepast. De tienjaarstermijn is vervangen door een termijn die loopt totdat de conserverende aanslag volledig is voldaan.

Voldoe aan renseigneringsplicht bij eigenwoningschuld aan eigen BV
Geld lenen van de eigen BV voor de aanschaf of verbetering van een eigen woning kan aantrekkelijk zijn. De rente op deze eigenwoningschuld is alleen aftrekbaar als de gegevens over de lening tijdig en correct zijn doorgegeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt voor deze renseigneringsplicht een formulier “Opgaaf lening eigen woning” ter beschikking op zijn website. De renseigneringsplicht geldt sinds 2013 en alleen
voor nieuwe leningen die vanaf die datum zijn aangegaan.
[!] De gegevens moeten aan de Belastingdienst worden verstrekt bij de aangifte, maar uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de lening is aangegaan.
[!] De informatieplicht voor belastingplichtigen met een eigenwoningschuld anders dan bij aangewezen administratieplichtigen (bijvoorbeeld een schuld bij de “eigen” BV of bij een familielid) wordt vanaf 2016 geïntegreerd in het aangifteproces. Met het doen van aangifte en het claimen van renteaftrek voor een dergelijke schuld wordt automatisch ook steeds voldaan aan de desbetreffende informatieplicht. De afzonderlijke sanctie van (tijdelijk) verlies van renteaftrek bij het niet-tijdig verstrekken van de gevraagde gegevens vervalt. Voor het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens gaan de standaardsancties gelden, die van toepassing zijn bij het niet, onjuist of onvolledig doen van aangifte.

Houd rekening met afschaffing kinderalimentatieverplichting als schuld in box 3
Verplichtingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, die rechtstreeks uit het familierecht voortvloeien, worden met ingang van 1 januari 2017 uitgezonderd van de in box 3 in aanmerking te nemen verplichtingen. Dit geldt ook voor vergelijkbare verplichtingen tot het doen van periodieke uitkeringen en verstrekkingen waarvan het recht ook is uitgezonderd van box 3 op basis van de rangorderegeling. Het gaat dan om verplichtingen tot het doen van uitkeringen of verstrekkingen aan bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn en aan personen die behoren tot het huishouden van de schuldenaar, die in rechte vorderbaar zijn en niet de
tegenwaarde voor een prestatie vormen. Het gaat bij de laatstgenoemde categorie bijvoorbeeld om schadevergoedingen uit onrechtmatige daad en uitkeringen op basis van een dringende morele verplichting, die juridisch afdwingbaar zijn gemaakt.

Let op nieuwe uitzonderingen op partnerbegrip
Vanaf 2016 komen er twee nieuwe uitzonderingen op het partnerbegrip: (1) bij huisvesting in een opvanghuis en (2) bij stiefkinderen. Om niet te worden aangemerkt als fiscale partner, moet wel worden voldaan aan enkele voorwaarden.
1. Bij huisvesting in opvanghuis: Twee personen die zijn gehuisvest in een opvanghuis met een kind van een van beiden, worden tijdens dat verblijf niet als partners aangemerkt. Zij moeten dan wel een afschrift van de gemeentelijke beschikking in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verstrekken aan de inspecteur.
2. Bij stiefkinderen: In het voor de fiscaliteit en toeslagen geldende partnerbegrip is bepaald dat de bloedverwant in de eerste graad van de belastingplichtige in ieder geval niet wordt aangemerkt als diens partner, tenzij beiden bij de aanvang van het kalenderjaar 27 jaar zijn. Vanaf 2016 geldt deze uitzondering ook voor aanverwanten in de eerste graad.

Herinvesteringsreserve geldt per onderneming en niet per ondernemer
Een ondernemer kan verschillende ondernemingen hebben. Een boekwinst op een verkocht bedrijfsmiddel waarvoor een herinvesteringsreserve is gevormd, moet binnen dezelfde onderneming worden gebruikt. Er kan dus niet met een herinvesteringsreserve binnen de ondernemingen worden geschoven.

Doteer aan de oudedagsreserve
Ondernemers die winst maken, kunnen een deel van die winst aanwenden voor een oudedagsreserve. Daarvoor moet wel worden voldaan aan het urencriterium en aan het begin van het kalenderjaar mag de ondernemer de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Deze toevoeging aan de oudedagsreserve verlaagt de inkomstenbelasting. In 2015 bedraagt de maximale toevoeging aan de oudedagsreserve 9,8% van de winst, met een maximum van € 8.631.

Verminder inkomstenbelasting door Vamil toe te passen
De regeling willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen (Vamil) biedt de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten willekeurig af te schrijven en geldt voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst (investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu). De overige 25% volgt het reguliere afschrijvingsregime. Door de (snellere) afschrijving hoeft minder
inkomstenbelasting te worden betaald. Daar staat tegenover dat de inkomstenbelasting later hoger is doordat minder afschrijvingskosten in aftrek kunnen worden gebracht. De Vamil levert dus een liquiditeitsvoordeel op.

Pas als starter willekeurige afschrijving toe
Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 309.693 (2015) willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de “bodemwaarde” worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de voorafgaande drie jaren.
[!] Door een optimale willekeurige afschrijving kan recht ontstaan op een middelingsteruggave.
[!] Door willekeurig af te schrijven kan het recht op zelfstandigenaftrek vervallen wanneer verlies wordt geleden.
[!] Bij een verlies leidt toepassing van de mkb-winstvrijstelling tot een verlaging van het verlies.

Geef beloning aan meewerkende partner
Als een partner meewerkt in de onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan hem of haar toe te kennen. Deze vergoeding komt ten laste van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Geldt het toptarief van 52% inkomstenbelasting, dan kan een flink progressievoordeel worden behaald, zeker wanneer de partner geen of slechts weinig andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel enkele voorwaarden. Zo moet het bedrag
van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en periodiek aan de partner worden betaald. Een beloning die lager is dan € 5.000, is niet aftrekbaar van de winst en niet belastbaar bij de partner.
[!] Een andere mogelijkheid is het claimen van de meewerkaftrek, als de partner minimaal 525 uur in de onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen en de ondernemer zelf recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Deze faciliteit bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. De partner wordt in dit geval niet belast voor de aftrek.
[!] Onder voorwaarden is het mogelijk om een vennootschap onder firma of maatschap aan te gaan met de partner. Als de partner ook kan worden aangemerkt als ondernemer, kan deze ook de mkb-winstvrijstelling krijgen.

Benut de mogelijkheden om de winst te verlagen
Elke ondernemer kan op een relatief eenvoudige manier zijn winst verlagen door kritisch naar zijn balans te kijken. Vaak is het mogelijk om een voorziening voor verwachte uitgaven te vormen of kan een vordering worden afgewaardeerd die onvolwaardig is. Wellicht staan er nog incourante aandelen op de balans die kunnen worden afgewaardeerd of ligt er incourante voorraad in het magazijn.
[!] Als een voorziening niet mogelijk is, kan soms een kostenegalisatiereserve worden gevormd. Deze reserve is bijvoorbeeld mogelijk voor groot onderhoud van een bedrijfspand.

Geruisloze inbreng mogelijk bij incidentele hoge bedrijfsbate in voorperiode
Geruisloze inbreng van een onderneming in een BV is niet mogelijk als sprake is van een incidenteel fiscaal voordeel. De Hoge Raad heeft echter beslist dat een incidentele hoge bedrijfsbate in de oprichtingsperiode van een BV niet is aan te merken als een incidenteel fiscaal voordeel. Een eenmalig hoge bate in de voorperiode hoeft de ondernemer dus niet ervan te weerhouden om zijn onderneming geruisloos in te brengen in een BV.

Geruisloze doorschuiving mogelijk als tbs-werkzaamheid uitgroeit tot onderneming
De belastingplichtige die zijn “werkzaamheid” in de zin van de Wet IB 2001 beëindigt, wordt geconfronteerd met eindafrekening, net als dat het geval is bij staking van een onderneming. Dit geldt echter niet als het einde van de werkzaamheid het gevolg is van uitbreiding van activiteiten, waardoor de werkzaamheid moet worden aangemerkt als onderneming. In de Wet IB 2001 is een verplichte doorschuiffaciliteit opgenomen die deze eindafrekening voorkomt. Deze faciliteit is alleen van toepassing als een werkzaamheid uitgroeit tot een onderneming.

Kosten van verhuizing van startende ondernemer soms aftrekbaar
Een startende ondernemer die in het kader van zijn startende onderneming verplicht moet verhuizen naar een bepaald(e) regio of rayon, kan de verhuiskosten onder voorwaarden ten laste van de winst van zijn onderneming brengen.

Trek huisvestingskosten van privéhuurwoning ondernemer af
Een ondernemer die zijn onderneming drijft vanuit zijn privéhuurwoning, kan volgens een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland een deel van de huurkosten ten laste van de winst van zijn onderneming brengen. Hof Den Haag besliste eerder dat dit niet kon, maar tegen die uitspraak is cassatie ingesteld. Het is verdedigbaar om huurlasten van een privéhuurwoning (deels) ten laste van de onderneming te brengen als de onderneming (mede) vanuit de huurwoning wordt gedreven.

Verzoek om belastingkorting bij niet te verrekenen a.b.-verlies
Als een belastingplichtige en zijn partner in een kalenderjaar en het daaraan voorafgaande kalenderjaar geen aanmerkelijk belang (a.b.) meer hebben, kan op verzoek een nog niet verrekend verlies uit a.b. worden omgezet in een belastingkorting voor het bedrag van dit verlies.
[!] De belastingkorting is alleen te verrekenen met de belasting over het inkomen van box 1. Hof Amsterdam heeft beslist dat de belastingkorting niet mag worden verrekend met de belasting over het inkomen van box 3.

Dien middelingsverzoek in bij sterk wisselend inkomen
Als de hoogte van de belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld, kan aanspraak bestaan op een middelingsteruggave. Dit houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over die jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat de aanslagen over de desbetreffende drie jaren definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Het loont om vooraf het verzoek voor een middelingsteruggave goed door te rekenen om de meest
gunstige jaren te bepalen voor het middelingsverzoek. Middeling kan ook een aardige optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste “echte” baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad.
[!] Het bedrag van de teruggave moet hoger zijn dan een bepaalde drempel (2015: € 545).
[!] Bij een middelingsverzoek mag niet alleen rekening worden gehouden met het inkomstenbelastingdeel maar moet ook rekening worden gehouden met de premie volksverzekeringen.
[!] In een besluit is onder voorwaarden goedgekeurd dat als geheel kalenderjaar mag worden aangemerkt, het kalenderjaar waarin slechts een deel van dat jaar binnenlandse belastingplicht bestond als gevolg van overlijden. Het besluit werkt terug tot en met 23 juni 2014.

Vraag (maximaal) vier maanden uitstel bij betalingsproblemen
Ondernemers die belastingschulden niet kunnen betalen, kunnen telefonisch vragen om uitstel van betaling van maximaal vier maanden. Dit geldt alleen voor schulden tot € 20.000.
[!] Wanneer wordt gebruikgemaakt van deze betalingsregeling, is wel invorderingsrente
verschuldigd. Deze bedraagt sinds 1 april 2014 4%.
[!] Let op: Telefonisch uitstel vragen is geen melding betalingsonmacht.

Los kleine hypotheek af om eigenwoningforfait te ontlopen
Het kan interessant zijn om een kleine hypotheek af te lossen, die nog rust op een eigen woning. Voor een eigen woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op het inkomen verlaagt de aftrek van hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op de eigen
woning rust, hoeft (een deel van) het eigenwoningforfait niet bij het inkomen te worden geteld.
[!] Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 kan besparen.

Trek rente over restschuld over termijn van 15 jaar af
Voor een onder water staande eigen woning die is verkocht, bestaat sinds 2013 de mogelijkheid om de rente op een restschuld in aftrek te brengen. Het gaat hierbij om restschulden die zijn ontstaan van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017. De regeling is zowel van toepassing als een nieuwe woning wordt gekocht als wanneer de eigenwoningregeling wordt beëindigd omdat bijvoorbeeld een woning wordt gehuurd. De rente over de restschuld is maximaal tien jaar aftrekbaar maar deze periode is vanaf 2015 verlengd naar vijftien jaar. Hierdoor is niet alleen de rente langer aftrekbaar maar kan er ook langer worden gedaan over het aflossen van die restschuld.
[!] Let op: Het is duurder om langer te doen over het aflossen van de restschuld. In zoverre is het voordeliger om zo snel mogelijk van de restschuld af te zijn.
[!] Voor de aftrek van rente op een restschuld geldt geen aflossingseis. Dit betekent dat de hele lening ook aan het einde van de looptijd pas mag worden afgelost.

Let op lagere hypotheekrenteaftrek in hoogste tariefschijf
Wie aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning in aftrek brengt tegen het inkomstenbelastingtarief van de vierde schijf, krijgt sinds 2014 ieder jaar een kleiner fiscaal voordeel. In 2016 zijn deze kosten aftrekbaar tegen een tarief van 50,5% (2015: 51%) en dit tarief wordt vervolgens jaarlijks met stappen van 0,5%-punt verlaagd. Het aangepaste tarief wordt verminderd totdat het gelijk is aan het tarief in de derde schijf (momenteel42%).
[!] Ter compensatie van deze verlaagde aftrek wordt de derde tariefschijf verlengd. Vanaf 2018 wordt de derde tariefschijf stapsgewijs verlaagd van 42% naar 38% (in 2042).

Maak gebruik van de verhuisregeling eigen woning
De termijn van de verhuisregeling is vanaf 2015 verlengd naar drie jaar. Een sinds 2012 leegstaande, voor de verkoop bestemde woning kan in 2015 nog worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning in 2012 een eigen woning was. Verder kan een in of na 2012 aangekochte leegstaande woning of een woning in aanbouw in 2015 nog steeds worden aangemerkt als eigen woning, mits die woning bestemd is om uiterlijk in 2015 als eigen woning ter beschikking te staan aan de belastingplichtige.
[!] Bij nieuwbouw is sprake van een woning in aanbouw vanaf het moment van sluiten van de koop-/aannemingsovereenkomst als die woning in aanbouw uitsluitend is bestemd om als hoofdverblijf ter beschikking te staan in het kalenderjaar waarin de koop-/aannemingsovereenkomst is gesloten of een van de drie daaropvolgende jaren (bestemmingseis).
[!] Betreft het een bouwkavel en zijn de bouwkundige werkzaamheden begonnen, dan is in ieder geval vanaf zes maanden voor de start van de feitelijke bouwwerkzaamheden sprake van een woning in aanbouw. De belastingplichtige moet dan wel aannemelijk maken dat die woning in aanbouw vanaf zes maanden voorafgaand aan de start van de feitelijke bouwwerkzaamheden, uitsluitend bestemd is om hem in het kalenderjaar of een van de drie daaropvolgende jaren als hoofdverblijf ter beschikking te staan.

Benut mogelijkheid om eigen woning tijdelijk te verhuren
Het is mogelijk om na een periode van verhuur van een te koop staande voormalige eigen woning terug te keren van het box 3-regime naar de eigenwoningregeling in box 1. Op dat moment herleeft de hypotheekrenteaftrek voor het restant van de periode waarvoor een verhuisregeling geldt. De woning moet dan wel leeg te koop hebben staan. Deze regeling geldt gedurende maximaal 3 jaar na het kalenderjaar waarin de woning is verlaten.

Door ander betaalde hypotheekrente soms aftrekbaar bij niet-betaler
Rechtbank Zeeland-West Brabant heeft in een bijzondere zaak beslist dat de hypotheekrente die een man voor zijn broer betaalde, aftrekbaar was bij de broer. De Rechtbank verbond daaraan wel de voorwaarde dat de hypotheekrente moet drukken op de “niet-betaler” (de broer). Daarvan is volgens de Rechtbank sprake als (1) de kosten betrekking hebben op de gemeenschappelijke eigendom van een woning, (2) de kosten voortvloeien uit een gemeenschappelijke schuld en (3) de mede-eigenaar overeenkomstig zijn intentie (mede) voor rekening van de andere mede-eigenaren heeft betaald.
[!] Deze uitspraak kan mogelijk uitkomst bieden in de situatie dat een ex-partner zijn/haar rentelast op een nog gezamenlijke woning niet voldoet en de andere partner de volledige rente voor zijn/haar rekening neemt.

Voorkom einde uitzendregeling na verhuur eigen woning expat
De uitzendregeling in de eigenwoningregeling geldt niet meer vanaf het moment dat de woning door de uitgezonden expat wordt verhuurd. Vanaf dat moment verdwijnt de woning uit box 1 en kan deze gedurende de uitzendperiode daarin ook niet terugkeren wanneer de verhuur is geëindigd. De Hoge Raad heeft dit beslist. Dit kan erg onvoordelig uitpakken bij een langere uitzending.

ZZP’er kan lijfrente laten uitkeren bij arbeidsongeschiktheid
Om te voorzien in inkomen bij arbeidsongeschiktheid, kunnen ZZP’ers sinds 1 januari 2015 een lijfrente (gedeeltelijk) eerder opnemen zonder dat revisierente wordt verschuldigd. De regeling geldt alleen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, als de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet is bereikt. Er geldt voor 2015 een maximum afkoopbedrag van € 40.000. De ontvangen afkoopsom behoort wel tot het box 1-inkomen. Bij gedeeltelijke afkoop van de lijfrente blijft het restant onder het lijfrenteregime van box 1 vallen.

Bouw nettolijfrente op boven pensioengevend loon van € 100.000
Sinds 2015 is het niet langer mogelijk om pensioen op te bouwen boven een pensioengevend loon van € 100.000. Om toch extra te sparen voor de oude dag is het mogelijk gemaakt om onder bepaalde voorwaarden een nettolijfrente op te bouwen, waarbij de premie dus niet aftrekbaar is in box 1.
[!] Er zijn grenzen gesteld aan de jaarlijkse premie die mag worden ingelegd.
[!] De aanspraak op een nettolijfrente is vrijgesteld in box 3.

Soms lagere waarde voor verhuurde box 3-woningen mogelijk
Voor verhuurde woningen die onder de huurbeschermingsregels vallen, geldt de leegwaarderatio. De waardering van zo’n verhuurde woning is afhankelijk van de ontvangen huur en wordt gewaardeerd op een bepaald percentage van de WOZ-waarde. De Hoge Raad heeft hierover geoordeeld. Als de waarde volgens de leegwaarderatio afwijkt van de waarde in het economische verkeer van het pand in verhuurde staat, mag de waarde in het economisch verkeer worden aangehouden als de waardering op basis van de leegwaarderatio leidt tot een waarde die in betekenende mate (10% of meer) hoger is dan de waarde in het economische verkeer.

Neem schuld in box 3 in aanmerking voor te laat opgelegde voorlopige aanslag
Wie vóór 1 oktober 2015 de Belastingdienst heeft verzocht om een voorlopige aanslag op te leggen, mag het bedrag van de voorlopige aanslag als schuld in box 3 opnemen. Dit is alleen mogelijk als de Belastingdienst de voorlopige aanslag niet vóór 1 januari 2016 heeft opgelegd.

Extra aftrek voor gift aan culturele instelling tot 2018
Een schenking aan een culturele instelling levert een hogere aftrek in de inkomstenbelasting op door de zogeheten “multiplier”. Voor de giftenaftrek in de inkomstenbelasting mag de gift namelijk met 25% worden verhoogd, met een maximum van € 1.250.
[!] De “multiplier” geldt tot en met het belastingjaar 2017.

Verreken verlies op beleggingen in durfkapitaal van vóór 2011
Verliezen op leningen aan startende ondernemers (“durfkapitaal”, ook wel tante Agaath-leningen genoemd) zijn sinds 1 januari 2011 niet meer aftrekbaar. Alleen als de lening vóór die datum is verstrekt en een vordering niet meer voor verwezenlijking vatbaar is, komt het verlies nog als persoonsgebonden aftrek in mindering op het inkomen.
[!] Maximaal € 46.984 is aftrekbaar als verlies. Dit bedrag geldt per startende ondernemer. De lening moet wel zijn kwijtgescholden binnen acht jaar na het aangaan van de lening.

Loonbelasting – eindejaarstips

Reken uit of wachten met S&O-werkzaamheden tot 2016 zinvol is
De afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) en de Research & Development Aftrek (RDA) worden vanaf 2016 geïntegreerd. De RDA wordt afgeschaft en de S&O-afdrachtkorting bestaat voortaan uit een grondslag voor alle S&O-kosten (loonkosten en overige kosten en uitgaven). Verder blijft de opzet van de regeling in grote lijnen gelijk, met twee schijven van 32% korting (2015: 35%) voor de eerste € 350.000 (2015: € 250.000) aan S&O-kosten en 16% korting (2015: 14%) voor het meerdere, en een verhoogd starterspercentage van 40 (2015: 50) in de eerste schijf.
[!] Vanaf 2016 vervalt het huidige plafond in de S&O-afdrachtvermindering. Ondernemers met hoge S&O-kosten kunnen daarom beter wachten tot het nieuwe jaar, waardoor een groter deel in aftrek komt. Houd er wel rekening mee dat het beschikbare budget kan opraken (voor 2016 bedraagt dit € 1.143 mln).
[!] Het uitvoeren van een systematisch opgezette analyse van de technische haalbaarheid voor het zelf verrichten van het S&O valt vanaf 2016 niet meer onder de S&O-afdrachtkorting. Dit geldt ook voor het uitvoeren van een technisch onderzoek naar een substantiële wijziging van een productiemethode (bij productieprocessen) of een modellering van processen (bij programmatuur).
[!] Publieke kennisinstellingen zijn uitgesloten van de regeling, dus alleen private ondernemingen kunnen hiervoor in aanmerking komen.

Toets vrije ruimte WKR eenmalig en reken jaarlijks af
Werkgevers hoeven maar één keer per jaar vast te stellen wat hun verschuldigde belasting in het kader van de WKR is. De eventueel verschuldigde belasting wordt afgedragen in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.
[!] De jaarlijkse afrekenmogelijkheid is optioneel. Een werkgever kan ervoor kiezen om de loonbelasting al eerder in gedeelten af te dragen.
[!] Ook als de werkgever kiest voor de jaarlijkse afrekenmogelijkheid doet hij/zij er verstandig aan om wel gedurende het jaar de vinger aan de pols te houden en de verschillende vergoedingen en verstrekkingen goed in kaart te brengen en houden, zodat hij/zij ook optimaal de vrije ruimte van 1,2% kan benutten.
[!] Bij het berekenen van het bedrag dat in de vrije ruimte moet worden ingeboekt, kan de werkgever met de inspecteur afspreken dat hij de gemiddelde btw-druk over de verschillende voorzieningen uit de vrije ruimte in aanmerking neemt in plaats van afzonderlijke vastleggingen inclusief BTW.

Houd rekening met aanscherping gebruikelijkheidstoets in WKR
De werkkostenregeling (WKR) kent een gebruikelijkheidstoets. Dit houdt in dat de vergoedingen en verstrekkingen niet in belangrijke mate (30% of meer) mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Dit betreft de totale omvang van de vergoedingen en verstrekkingen die zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Het gebruikelijkheidscriterium wordt vanaf 2016 aangescherpt. Voortaan moet het door de werkgever aanwijzen van vergoedingen of verstrekkingen van een bepaalde omvang als eindheffingsbestanddeel gebruikelijk zijn en niet de omvang van de vergoedingen of verstrekkingen als zodanig.
[!] Het ligt voor de hand dat het aanwijzen van vergoedingen of verstrekkingen die een relatie hebben met kosten die de werknemer maakt of zonder de verstrekking zou moeten maken in het kader van de behoorlijke vervulling van zijn dienstbetrekking, eerder gebruikelijk zal zijn dan het aanwijzen van pure beloningsbestanddelen, zoals bonussen.

Laat werknemers nog even gebruikmaken van rentevoordeel personeelslening
Vanaf 2016 mag het rentevoordeel van een personeelslening in de loon- en inkomstenbelasting niet meer op nihil worden gewaardeerd. In plaats hiervan wordt het rentevoordeel tot het belastbare loon van de werknemer in de loon- en inkomstenbelasting gerekend. Het rentevoordeel wordt fiscaal gekwalificeerd als loon in natura, omdat het gaat om niet in geld genoten loon. Vervolgens wordt het belaste rentevoordeel in de inkomstenbelasting als aftrekbare rente in aanmerking genomen binnen de eigenwoningregeling. Alleen in 2015 heeft de werknemer dus nog een voordeel bij een personeelslening.
[!] De werkgever kan het rentevoordeel op een personeelslening gedurende het kalenderjaar in aanmerking nemen op basis van een in redelijkheid geschat bedrag, gevolgd door afrekening in het laatste loontijdvak van het jaar. Deze regeling is handig wanneer bijvoorbeeld een variabele rente van toepassing is, waardoor de omvang van het rentevoordeel per loontijdvak kan wisselen.
[!] Voor werkgevers komt er een mogelijkheid om de inhoudingsplicht ten aanzien van ex-werknemers te verleggen naar de pensioenuitvoerder.
Onder het systeem van de DBA kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers, om afdracht van LB en premies te voorkomen, gebruik maken van door de Belastingdienst gepubliceerde modelovereenkomsten, waaraan rechtstreeks zekerheid is te ontlenen. Momenteel zijn naast verschillende specifieke voorbeeldovereenkomsten ook vier algemene voorbeeldovereenkomsten op de site van de Belastingdienst geplaatst. Drie daarvan zijn door de Belastingdienst zelf opgesteld in samenwerking met VNO-NCW / MKB-Nederland. Dat zijn een modelovereenkomst geen werkgeversgezag, een modelovereenkomst geen verplichting tot persoonlijke arbeid en een modelovereenkomst tussenkomst.
[!] Overeenkomsten die voor 1 februari 2016 worden voorgelegd aan de Belastingdienst, zullen voor 1 april 2016 zijn beoordeeld en zo mogelijk gepubliceerd. Wacht daarom niet te lang, zodat snel zekerheid bestaat over de arbeidsrelatie met de opdrachtnemer.
[!] Alle opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben tot 1 januari 2017 de tijd om zo nodig hun werkwijze aan te passen aan een werkwijze die is voorzien in een voorbeeld- of modelovereenkomst. Tot die tijd zal de Belastingdienst wel toezicht houden, maar nog niet handhavend optreden, tenzij sprake is van fraude.

Auto kopen of leasen kan aantrekkelijker zijn in 2015 dan in 2016 of in 2017
De bijtellingsregeling voor het privégebruik van de (bestel)auto van de zaak wordt in 2016 aangepast en is dan als volgt: 15% bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot van 1 t/m 50 gr/km, 21% bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot van 51 t/m 106 gr/km en 25% bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 106 gr/km. Verder blijft de 4%-bijtellingscategorie in 2016 gehandhaafd en deze geldt dan voor volledig elektrische auto’s (zonder CO2-uitstoot). Bestaat het voornemen om binnen afzienbare tijd een of meer auto’s ter beschikking te gaan stellen aan werknemers, wacht dan niet tot 2016.
[!] Leasecontracten die vóór 1 januari 2016 zijn aangegaan, blijven onder het huidige bijtellingsregime vallen. Lopende leasecontracten worden gerespecteerd met een maximum van 60 maanden.

Schaf (tijdig) elektrische auto met 4%-bijtelling aan
De bijtelling in de LB voor elektrische auto’s (nulemissievoertuigen) blijft tot en met 2020 4%. Deze auto’s zijn dan ook volledig vrijgesteld in de BPM en de motorrijtuigenbelasting. Dit geldt zowel voor auto’s die elektrisch rijden op een batterij, als voor auto’s die elektrisch rijden op waterstof. Wel wordt vanaf 2019 het verlaagde bijtellingspercentage voor de eerstgenoemde categorie beperkt tot het deel van de catalogusprijs tot € 50.000. Het deel van de catalogusprijs boven € 50.000 valt vanaf 2019 in het algemene bijtellingspercentage van 22. Voor voertuigen die elektrisch rijden op waterstof, geldt deze beperking niet.
[!] In een besluit is goedgekeurd dat het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van een werknemer voor een (semi-)elektrische auto die de werkgever ter beschikking stelt, deel uitmaakt van de terbeschikkingstelling van de auto. Dit geldt ook voor een vergoeding voor het plaatsen van de laadpaal, als de werknemer op verzoek van de werkgever de laadpaal op eigen kosten plaatst of laat plaatsen. Er vindt geen verhoging van de catalogusprijs plaats.

Laatste kans voor DGA-gepensioneerde om eigenbeheerpensioen af te stempelen
Een DGA heeft sinds 1 januari 2013 de mogelijkheid om het pensioen in eigen beheer eenmalig op de pensioendatum belastingvrij af te stempelen. Er moet dan sprake zijn van onderdekking. Dit houdt in dat de commerciële waarde van de activa minder dan 75% van de fiscale waarde van de pensioenverplichting is. Zo’n afstempeling wordt niet gezien als een belaste afkoop door de DGA. Als de pensioenuitkering al is ingegaan op 1 januari 2013, mag tot en met 31 december 2015 alsnog worden gebruikgemaakt van deze afstempelmogelijkheid. Gepensioneerde DGA’s hebben daarom nog maar kort de tijd om dit te doen.
[!] De winst die vrijvalt door de verlaging van de pensioenaanspraak, is bij de BV wel belast voor de vennootschapsbelasting. Dit is uiteraard te verrekenen met eventuele compensabele verliezen.
[!] De staatssecretaris is van plan het pensioen in eigen beheer in de loonheffingensfeer te vervangen door een oudedagsbestemmingsreserve in de vennootschapsbelasting of een variant op een beschikbarepremieregeling met een vast oprentingspercentage in de loonbelasting: oudedagssparen in eigen beheer.

Laatste kans voor premiekorting jonge werknemers
Werkgevers kunnen een premiekorting van maximaal € 3.500 op jaarbasis ontvangen als zij in 2014 of 2015 een jongere van 18 tot 27 jaar in dienst nemen. De werknemer moet dan wel recht hebben gehad op een WW- of bijstandsuitkering voordat hij in dienst kwam en een arbeidsovereenkomst hebben voor minimaal 32 uur per week met een duur van minimaal zes maanden. De duur van de premiekorting is maximaal twee jaar, dus uiterlijk tot en met 31 december 2017. De werkgever moet voldoen aan een aantal administratieve verplichtingen, zoals het bewaren van een doelgroepverklaring in de administratie. Om nog in aanmerking te komen voor deze premiekorting, moet de jongeren uiterlijk op 31 december 2015 in dienst zijn.
[!] Bij een dienstbetrekking die is aangegaan vanaf 1 juli 2015 geldt een minimale arbeidsduur van 24 uur per week in plaats van 32 uur per week.

Loonbelasting – aandachtspunten

Denk aan noodzakelijkheidstoets bij onbelast verstrekken van tablet of telefoon
Voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur geldt in de WKR een gerichte vrijstelling met een noodzakelijkheidstoets. Of een vergoeding of verstrekking noodzakelijk is voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, is in eerste instantie aan de werkgever om te beoordelen. Volgens de Belastingdienst wordt voldaan aan het noodzakelijkheidsvereiste als: De voorziening naar het redelijke oordeel van de werkgever nodig is voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking, de werkgever deze betaalt en de kosten niet doorberekent aan de werknemer, en de werknemer de voorziening moet teruggeven of de restwaarde daarvan moet betalen als hij deze niet meer nodig heeft voor de dienstbetrekking.

Houd rekening met rangorde bij WKR
Voor vergoedingen en verstrekkingen onder de WKR geldt een rangorde. Dit blijkt uit een besluit van de staatssecretaris. De rangorde is als volgt:
1. Vrijstelling op grond van artikel 11 van de Wet loonbelasting (LB).
2. Waarderingen volgens de artikelen 13 (loon in natura) en 13bis (bijtelling privégebruik auto) van de Wet LB.
3. Vergoedingen en verstrekkingen voor zover de werkgever deze niet heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel, waaronder de vergoedingen en verstrekkingen in artikel 31, lid 4, van de Wet LB. Dergelijke vergoedingen en verstrekkingen behoren tot het individuele loon van de werknemer.
4. Vergoedingen en verstrekkingen voor zover de werkgever deze heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel:
– gerichte vrijstelling (art. 31a, lid 2, Wet LB)
– vrije ruimte
– vergoedingen en verstrekkingen voor zover deze niet gericht zijn vrijgesteld en ook niet passen binnen de vrije ruimte (hierover is eindheffing verschuldigd naar een tarief van 80%).

Pas gerichte WKR-vrijstelling(en) toe
Binnen de WKR bestaan gerichte vrijstellingen voor een aantal vergoedingen en verstrekkingen in het kader van de dienstbetrekking. Dit betreft vervoer (tot maximaal € 0,19 per kilometer), tijdelijke verblijfkosten, cursussen, congressen e.d., studie- en opleidingskosten en outplacement (waaronder vakliteratuur en inschrijvingskosten beroepsregister), maaltijden bij overwerk, koopavonden en dienstreizen, verhuiskosten en extraterritoriale kosten. In 2015 zijn daar bij gekomen: gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur zoals tablets en zoals iPads, mits voldaan aan het noodzakelijkheidscriterium, bepaalde voorzieningen die (gedeeltelijk) op de werkplek worden ge- of verbruikt en personeelskortingen op branche-eigen producten.
[!] Deze gerichte vrijstellingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte, maar dan moet wel worden voldaan aan alle daarvoor geldende voorwaarden.
[!] Een eventueel bovenmatig deel van de gerichte vrijstellingen kan worden ondergebracht in de vrije ruimte, zodat deze vergoedingen en verstrekkingen toch volledig onbelast kunnen blijven.

Maak gebruik van vrijstelling voor voorzieningen op de werkplek
Voor een aantal voorzieningen op de werkplek geldt een nihilwaardering, als deze ter beschikking worden gesteld aan werknemers. Sinds 2015 is daar een gerichte vrijstelling voor twee van deze voorzieningen op de werkplek bij gekomen, een dergelijke gerichte vrijstelling geldt niet alleen bij een terbeschikkingstelling maar ook in geval van een vergoeding of verstrekking. Dit zijn de Arbo-voorzieningen en hulpmiddelen die ook elders kunnen worden gebruikt en (nagenoeg) volledig zakelijk worden gebruikt.
[!] Onder werkplek wordt verstaan iedere plaats die wordt gebruikt voor het verrichten van arbeid en waarvoor voor de werkgever de Arbo-wet van toepassing is, met uitzondering van de werkruimte in een woning, schip of woonwagen. Die uitzondering geldt niet voor de vrijstelling voor Arbo-voorzieningen.

Pas concernregeling in de WKR toe
Een moeder- en (klein)dochtermaatschappij(en) kunnen de WKR op concernniveau toepassen door gebruik te maken van de concernregeling. De moedermaatschappij moet de (klein)dochtermaatschappij(en) dan wel vrijwel volledig bezitten (95%-eis). De concernregeling staat ook open voor stichtingen die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht een eenheid vormen. Bij overschrijding van de gezamenlijke vrije ruimte moet de verschuldigde belasting worden aangegeven en afgedragen door het concernonderdeel met de grootste loonsom, waarover loonbelasting is geheven.
[!] Bij de toepassing van de concernregeling zijn de betrokken werkgevers hoofdelijk aansprakelijk voor alle loonbelasting die het concern is verschuldigd.
[!] Alle inhoudingsplichtigen moeten in hun administratie een aantal gegevens vastleggen voor het berekenen van de verschuldigde belasting in het kader van de WKR en het bepalen van de inhoudingsplichtige die deze belasting aangeeft en afdraagt. Het gaat dan onder meer om het verstrekte loon (exclusief eindheffingsloon), een overzicht van de vergoedingen en verstrekkingen die zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel en waarvoor geen gerichte vrijstelling van toepassing is, en het loonheffingennummer van de andere deelnemende concernonderdelen.

Gebruik VAR tot vervanging door modelovereenkomst in 2016
Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) worden in de loop van 2016 beiden verantwoordelijk voor de kwalificatie van hun arbeidsrelatie. Dan verdwijnt de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) en treedt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) in werking, waarschijnlijk per 1 april 2016. Tot die tijd blijft de VAR 2014 of 2015 geldig, zolang het werk hetzelfde blijft en wordt uitgevoerd onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden.
[!] Verandert het werk of veranderen de omstandigheden en de voorwaarden waaronder de opdrachtnemer werkt, dan moet deze een nieuwe VAR aanvragen.

Houd rekening met nieuwe aanpassingen in autobelastingen vanaf 2017
In de zomer van 2015 is de zogenaamde Autobrief II gepubliceerd waarin de Financiën de voornemens op het gebied van de autobelastingen vanaf 2017 heeft kenbaar gemaakt. Toegezegd is om de Autobrief nog in 2015 vertalen naar een wetsvoorstel. In de Autobrief staan twee maatregelen centraal: (1) de BPM wordt minder CO2-afhankelijk maar de normen worden wel aangescherpt, en (2) de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak wordt ook minder CO2-afhankelijk door stapsgewijs te groeien naar één algemeen bijtellingspercentage van 22 voor andere dan nulemissievoertuigen (elektrische auto’s):

                      2017 2018 2019 2020
                      ---- ---- ---- ----
PHEV (1-50 gr/km)     17   19   22   22
Zuinig (51-106 gr/km) 22   22   22   22
Overig (> 106 gr/km)  22   22   22   22

[!] Het kan in bepaalde gevallen aantrekkelijk zijn om juist te wachten met de aanschaf of het leasen van een auto. Dit is vooral het geval als de auto in de hoogste bijtellingscategorie van 25% valt.

Voorkom bijtelling privégebruik auto
Wanneer meer dan 500 km privé wordt gereden met een auto die door de werkgever ter beschikking is gesteld aan de werknemer, moet een bijtelling bij het loon plaatsvinden. Van een terbeschikkingstelling van een auto aan een werknemer is echter geen sprake als de werknemer de auto alleen bestuurt om bepaalde opdrachten van de werkgever uit te voeren om in diens belang personen of goederen te vervoeren, zo heeft de Hoge Raad beslist. Ook in bepaalde andere situaties is de bijtelling te voorkomen.
[!] Hof Den Haag vond dat een directeur-grootaandeelhouder geen bijtelling voor de auto van de zaak hoefde te doen omdat hij door ziekte niet met de auto had kunnen rijden. Tegen deze beslissing is cassatieberoep ingesteld, maar als de uitspraak in stand blijft, moet er wel rekening mee worden gehouden dat in het desbetreffende jaar niet al 500 km met de auto is gereden. Het zal dus in ieder geval moeten gaan om een zeer langdurig ziekbed.
[!] Hof Den Haag heeft, zoals overigens verwacht, ook beslist dat de 500 km-grens op jaarbasis geldt en niet per auto, voor het geval in een kalenderjaar na elkaar auto’s ter beschikking zijn gesteld aan een werknemer. Volgens het Hof geldt dit ook als één van de ter beschikking gestelde auto’s een elektrische auto is, waarvoor de bijtelling 0% is. Een bijtelling voor de niet-elektrische auto blijft alleen achterwege als kan worden aangetoond, bijvoorbeeld met een km-administratie, dat met beide auto’s tezamen de 500 km-grens niet is gepasseerd.

Verlaag bijtelling privégebruik auto met eigen bijdrage
Als een werknemer een duurdere auto wil rijden, kan de werkgever verlangen dat de werknemer een (hogere) eigen bijdrage betaalt. Deze bijdrage vermindert de bijtelling, als de werkgever schriftelijk verklaart dat de duurdere auto zakelijk gezien niet nodig is. Met andere woorden: de bijdrage moet betrekking hebben op het privégebruik van de auto van de zaak. Dit moet goed vastliggen in de administratie. Een eigen bijdrage voor privégebruik van een auto van de zaak is alleen aftrekbaar als een bijtelling plaatsvindt.
[!] Een nog niet betaalde of verrekende eigen bijdrage van een werknemer voor het privégebruik van een door zijn werkgever ter beschikking gestelde auto kan aftrekbaar zijn, zo heeft de Hoge Raad beslist. De eigen bijdrage moet dan wel in het desbetreffende aangiftetijdvak onvoorwaardelijk verschuldigd zijn.
[!] In het Handboek Loonheffingen 2015 wordt de afkoopsom van het leasebedrag bij het einde van de dienstbetrekking niet meer genoemd als eigen bijdrage waarover een werkgever een afspraak kan maken met zijn werknemer. Mogelijk is zo’n afkoopsom nog steeds aftrekbaar met een beroep op opgewekt vertrouwen.

Maak bezwaar tegen hoge boete bij bijtelling privégebruik auto
Bij een onjuiste of onvolledige rittenregistratie of bij het achterwege laten van een bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak zijn hogere standaardboeten van toepassing (respectievelijk 80% en 100%) dan bij andere correcties van de Belastingdienst (25% bij grove schuld en 50% bij opzet). Toch moet de Belastingdienst op grond van rechtspraak wel steeds beoordelen of de feiten in de desbetreffende zaak voldoende ernstig zijn om de hogere boete op te leggen. Sinds 2015 staat dat ook in het Besluit bestuurlijke boeten Belastingdienst, maar in veel gevallen wordt toch de standaard hogere boete opgelegd, zonder dit te motiveren. Maak daarom bij twijfel altijd bezwaar tegen de hogere boete. Dit kan voordelig(er) uitpakken.

Bekijk of stoppen met pensioenopbouw in eigen beheer loont
Een DGA die de opbouw van zijn pensioen in eigen beheer zonder fiscale gevolgen wil stopzetten, moet het gemis aan loon in de vorm van pensioenopbouw compenseren in de vorm van extra loon, omdat de totale arbeidsbeloning zakelijk moet blijven. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst bij het stopzetten van de pensioenopbouw de pensioenbrief met daarin de pensioentoezegging aan de DGA opvraagt, en wil weten wat de omvang van de pensioenvoorziening is op het tijdstip waarop de pensioenopbouw wordt stopgezet.
[!] De opgebouwde pensioenaanspraken moeten ook na het beëindigen van de pensioenopbouw worden geïndexeerd, als dit is toegezegd in de pensioenbrief. Zou dat niet gebeuren, dan is volgens de Belastingdienst sprake van afzien van een recht en de Belastingdienst ziet dit als een vorm van prijsgeven waardoor de hele pensioenaanspraak ineens volledig wordt belast. Overigens bestaat over dit laatste discussie of dat terecht is.

Werkbonus in 2016 pas vanaf 62 jaar
Vanaf 2016 mogen werkgevers de werkbonus pas toepassen als de werknemer op 31 december 2015 62 jaar of ouder was. In 2015 was dat nog vanaf 61 jaar en daarvoor vanaf 60 jaar. De werkbonus verloopt via de inhouding van loonheffing bij de werkgever. Hiervoor is gekozen omdat de werknemer zo iedere maand dat hij werkt een deel van de werkbonus waar hij recht op heeft, terugziet in de vorm van een hoger nettoloon. De werkbonus over 2015 wordt via de aangifte automatisch verrekend in de inkomstenbelasting.
[!] De werkbonus wordt gefaseerd afgeschaft door de leeftijdsgrens elk jaar met een jaar te verhogen. Vanaf 2018 verdwijnt de werkbonus helemaal.

Inkomensafhankelijke opbouw arbeidskorting in tabel bijzondere beloningen
In het Belastingplan 2015 is het mogelijk gemaakt om in de tabel bijzondere beloningen de arbeidskorting te verwerken. Voor het jaar 2015 is gebruikgemaakt van die mogelijkheid door de inkomensafhankelijke afbouw van de arbeidskorting in die tabel te verwerken. Met ingang van 1 januari 2016 zal ook de inkomensafhankelijke opbouw van de arbeidskorting in de tabel bijzondere beloningen worden verwerkt. Maak optimaal gebruik van lage-inkomensvoordeel vanaf 2017

Vanaf 2017 kunnen werkgevers een lage-inkomensvoordeel (LIV) krijgen voor werknemers
die 100% tot maximaal 120% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. Bij een loon van 100% tot 110% van het WML bedraagt het de tegemoetkoming maximaal € 2.000 per jaar per werknemer en bij een loon van 110% tot 120% van het WML bedraagt het LIV maximaal € 1.000 per jaar per werknemer. Om optimaal gebruik te maken van het LIV kunnen werkgevers hun personeelsbestand inventariseren en onderzoeken of het mogelijk is om (meer) werknemers met een laag loon in dienst te nemen.
[!] Het moet gaan om substantiële banen van minimaal 1.248 uur op jaarbasis (gemiddeld 24 uur per week).
[!] Er geldt geen leeftijdsondergrens in het LIV, maar een leeftijdsonafhankelijke loongrens van 100% van het WML dat geldt voor een 23-jarige of ouder. Als bovengrens wordt de AOW-leeftijd gehanteerd.

Maak optimaal gebruik van loonkostenvoordelen vanaf 2018
De bestaande premiekortingen voor oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking worden per 1 januari 2018 omgevormd tot loonkostenvoordelen (LKV’s). Dit is een tegemoetkoming aan werkgevers voor het in dienst nemen van deze werknemers. Het LKV oudere werknemer, het LKV arbeidsgehandicapte werknemer en het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer bedragen op jaarbasis maximaal € 6.000. Het LKV voor de doelgroep banenafspraak bedraagt maximaal € 2.000 op jaarbasis.
[!] Er bestaat geen recht op het LKV als in de zes maanden voorafgaand aan de dienstbetrekking al een dienstbetrekking tussen de werknemer en werkgever bestond.
[!] De LKV wordt aangevraagd via de loonaangifte, maar de werkgever moet dan wel beschikken over een doelgroepverklaring. Deze moet worden aangevraagd door de werknemer bij het UWV of de gemeente, afhankelijk van de eerder genoten uitkering. De werknemer kan ook de werkgever machtigen om dit te doen. De werkgever moet de doelgroepverklaring in zijn administratie bewaren.

Profiteer in 2017 van samenloop LIV en premiekorting
Samenloop van de LIV en de LKV’s is niet mogelijk en het recht wordt gemaximeerd op het bedrag van de hoogste tegemoetkoming voor de betrokken werknemer. Het LIV wordt op 1 januari 2017 ingevoerd en de LKV’s op 1 januari 2018. In het overgangsjaar 2017 zijn dan naast het LIV nog de huidige premiekortingen van toepassing. Een werkgever kan dan in dat jaar voor een werknemer die zowel kwalificeert voor het LIV als voor de dan nog geldende premiekorting, beide tegemoetkomingen ontvangen. De al verstreken duur van de premiekortingen wordt wel afgetrokken van de maximale duur van het LKV.

Houd rekening met hogere AOW-leeftijd van 65 jaar plus 6 maanden
Per 1 januari 2016 bedraagt de AOW-gerechtigde leeftijd 65 jaar plus 6 maanden. Hierdoor duren de verzekerings- en premieplicht voor de werknemersverzekeringen drie maanden langer dan in 2015 toen de AOW-gerechtigde leeftijd steeg naar 65 jaar en 3 maanden. Hetzelfde geldt voor de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) die sinds 1 januari 2013 de ZVW-bijdrage in de meeste gevallen vervangt. Blijft de werknemer werken nadat de AOW-uitkering is ingegaan, dan is de werkgeversheffing ZVW verschuldigd tot het einde van de dienstbetrekking.
[!] Vanaf 2016 wordt het aantrekkelijker om AOW-gerechtigden in dienst te nemen of te houden. Bij ziekte hoeft een werkgever het loon namelijk niet maximaal 104 weken maar maximaal 13 weken door te betalen. Deze (kortere) termijn geldt ook voor het verbod om een dienstverband bij ziekte op te zeggen. Ook mogen meer tijdelijke contracten worden aangeboden aan AOW-gerechtigde werknemers en bedraagt de opzegtermijn van een arbeidscontract voor hen straks standaard 1 maand.

Let op lagere marge bij vaststellen gebruikelijk loon DGA
Het is aan te raden om jaarlijks te toetsen of het gebruikelijk loon van de DGA (2015: € 44.000) naar beneden kan worden bijgesteld. De Belastingdienst kan uiteraard ook vinden dat het gebruikelijk loon hoger moet zijn dan € 44.000. De toegestane marge ten opzichte van de meest vergelijkbare dienstbetrekking (in plaats van een soortgelijke dienstbetrekking die tot 2015 gold) bedraagt 25% (in plaats van de tot 2015 geldende 30%). Het loon van de DGA moet in 2015 en 2016 dus op minimaal 75% van het hogere gebruikelijk loon worden gesteld.
[!] Onder bepaalde voorwaarden kunnen pensioendotaties en inleg in de levensloopregeling in mindering komen op het gebruikelijk loon.

Check of oude 30%-regeling binnenkort afloopt
Per 1 januari 2012 is de 30%-regeling aangepast en gelden strengere voorwaarden om hiervoor in aanmerking te komen. Zo is de definitie van “ingekomen werknemer” aangescherpt. Ook is de maximale duur verkort van tien naar acht jaar. Er geldt wel een eerbiedigende werking voor bestaande 30%-regelingen, maar het is verstandig om tijdig na te gaan of deze oude 30%-regeling binnenkort afloopt en de betrokken werknemer voldoet aan de strengere voorwaarden van de nieuwe regeling.
[!] Als de werknemer op 1 januari 2012 nog geen vijf jaar gebruik heeft gemaakt van de 30%-regeling, wordt na afloop van het vijfde jaar getoetst of deze werknemer voldoet aan het nieuwe inkomenscriterium en aan de 150 km-grens. Voldoet de werknemer niet, dan valt deze werknemer vanaf dat moment niet meer onder de 30%-regeling. Als op 1 januari 2012 wel al vijf jaar is gebruikgemaakt van de 30%-regeling, blijft de looptijd maximaal 10 jaar, dus tot uiterlijk eind 2016.
[!] De Hoge Raad heeft beslist dat het deskundigheidsvereiste moet worden getoetst bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst en niet op het moment dat de 30%-regeling wordt aangevraagd.

Maak bezwaar tegen afwijzing 30%-regeling door toepassing 150 km-grens
Er worden inmiddels proefprocedures gevoerd over de toepassing van de 150 km-grens in de 30%-regeling, die sinds 1 januari 2012 geldt. De Hoge Raad heeft hierover vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie. Dit Hof heeft inmiddels beslist dat het 150 km-criterium in de 30%-regeling in bepaalde gevallen een overcompensatie van de werkelijke extraterritoriale kosten kan inhouden en dan in strijd is met het vrije verkeer van werknemers in de EU. De Advocaat-Generaal is inmiddels tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van een overcompensatie, maar het is de vraag of de Hoge Raad dit advies gaat overnemen. Het is daarom aan te bevelen om bezwaar te maken tegen een afwijzing van de 30%-regeling, als de 150 km-grens de reden hiervan was.

Maak tot 2018 gebruik van goedkeuring voor nabestaandenpensioen
Heeft een werkgever een pensioenregeling die een combinatie is van een ouderdomspensioen volgens het middelloon- of beschikbarepremiestelsel en een op risicobasis verzekerd partner- of wezenpensioen volgens het eindloonstelsel, dan zouden vanaf 2015 twee verschillende franchises moeten worden gebruikt. Pensioenuitvoerders kunnen op korte termijn echter niet twee verschillende franchises gaan gebruiken. Daarom heeft de staatssecretaris in een beleidsbesluit goedgekeurd dat bij dergelijke combinatie-pensioenregelingen de berekening van de franchise voor een op risicobasis verzekerd partner- of wezenpensioen volgens het eindloonstelsel mag plaatsvinden met toepassing van de franchisefactor voor het middelloonstelsel (100/75 in plaats van 100/66,28). Voor de bepaling van de pensioengrondslag voor dit partner- of wezenpensioen moet worden uitgegaan van ten hoogste het pensioengevend loon op het moment van overlijden van de
werknemer.
[!] De goedkeuring is tijdelijk en geldt tot 1 januari 2018.

Bouw nettopensioen op voor pensioengevend loon boven € 100.000
Sinds 2015 is het niet meer mogelijk om voor het inkomen boven € 100.000 pensioen op te bouwen uit het brutoloon (premie onbelast/uitkering belast). Wel kan op vrijwillige basis een nettopensioen worden opgebouwd (premie belast/uitkering onbelast), eventueel aangevuld met een nettolijfrente bij een pensioentekort.
[!] De premie-inleg is gemaximeerd op 1,875% van het inkomen boven € 100.000.
[!] Het nettopensioen moet worden uitgevoerd in de vorm van een zuivere defined contributionregeling (beschikbarepremieregeling) zonder rendementsgarantie. Inkoop van pensioenaanspraken vóór de pensioeningangsdatum is alleen toegestaan bij beëindiging van de deelneming, bij overlijden en vanaf tien jaar voor die ingangsdatum.

Geen bijtelling bij verhuur van deelauto voor privérit aan werknemer
Een auto van een werkgever, die door wisselende werknemers wordt gebruikt voor zakelijke ritten, kan in een periode dat de auto niet zakelijk wordt gebruikt, door een werkgever worden verhuurd aan de werknemer voor privégebruik. In deze situatie is geen sprake van een terbeschikkingstelling van een auto. Voorwaarde is wel dat de werknemer een marktconform huurtarief voor het privégebruik van de deelauto aan de werkgever betaalt. Verder moet een sluitende km-administratie worden bijgehouden.
[!] Het voordeel van deze regeling is dat een werknemer voor een bepaalde (korte) periode een auto kan huren zonder dat hij wordt geconfronteerd met een bijtelling.
Maak gebruik van één van de regelingen om bijtelling voor bestelauto te voorkomen Voor bestelauto’s bestaan diverse regelingen die ervoor zorgen dat geen bijtelling in aanmerking hoeft te worden genomen. Zowel de werkgever als de werknemer moet hierbij verschillende voorwaarden in acht nemen.

  • Maximaal 500 km privé rijden: vereenvoudigde rittenadministratie.
  • Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik: geen privékilometers rijden, zodat een rittenregistratie niet nodig is.
  • De bestelauto is nagenoeg uitsluitend geschikt voor het vervoer van goederen.
  • Doorlopend afwisselend gebruik door verschillende bestuurders: de werkgever betaalt € 300 per jaar per auto aan loonbelasting.
  • Schriftelijk verbod op privégebruik of verbod om bestelauto mee naar huis te nemen met daaraan gekoppeld een boetebepaling. De werkgever moet toezicht uitoefenen op het naleven van het verbod en de verbodsbepaling moet worden opgenomen in de loonadministratie.

[!] Als een beroep wordt gedaan op optie 3, dan is het aan te raden om met de Belastingdienst te overleggen of een bepaalde bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Hierover is inmiddels veel rechtspraak verschenen.
[!] De Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto moet worden ingetrokken voordat die bestelauto voor privédoeleinden wordt gebruikt. Gebeurt dit niet, dan is sprake van een
overtreding, waarvoor (in 2015) een vergrijpboete van maximaal € 5.278 kan worden opgelegd (of 100% van de belasting over de bijtelling voor het privégebruik als dit minder is).

Vennootschapsbelasting – eindejaarstips

Laatste kans om via RDA winst te verlagen met R&D-kosten
Met ingang van 1 januari 2016 wordt de Research & Development Aftrek (RDA) samengevoegd met de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk. De RDA wordt tot en met 2015 verrekend met de winst terwijl de nieuwe afdrachtvermindering met ingang van 2016 wordt verrekend met de loonheffing. Het kan gunstig uitpakken om bepaalde kosten nog in 2015 te maken of juist uit te stellen tot 2016.
[!] Startende ondernemingen maken soms nog geen winst, waardoor zij geen voordeel hebben van het gebruik van de RDA. Door de wijzigingen die in 2016 ingaan, zullen zij sneller van de regeling kunnen gebruikmaken.
[!] Ondernemingen met relatief weinig personeel en hoge S&O-kosten en uitgaven kunnen vanaf 2016 met een verzilveringsprobleem te maken krijgen.
[!] Ondernemingen die vanaf 1 januari 2016 hun kosten van research & development willen verlagen, moeten uiterlijk 30 november 2015 elektronisch een WBSO-aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland.

Voorkom inhoudingsplicht dividendbelasting voor coöperaties
Coöperaties zijn vanaf 1 januari 2016 inhoudingsplichtig voor de dividendbelasting als het
hoofddoel of een van de hoofddoelen het ontgaan van belastingheffing is, en deze structuur niet is opgezet op grond van zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Voorkom als coöperatie dat een winstuitkering wordt belast, bijvoorbeeld door de structuur vooraf aan de Belastingdienst voor te leggen.

Plan een liquidatieverlies
Verlies op een deelneming is niet aftrekbaar maar een liquidatieverlies is dat wel. Daarvoor is wel nodig dat de deelneming is ontbonden. Voor de aftrek van een liquidatieverlies moet de vereffening zijn voltooid. Hiermee kan worden “gespeeld”.
[!] Als het beter uitkomt dat een liquidatieverlies niet in 2015 valt, is het aan te raden om de vereffening nog niet af te ronden in 2015 zodat het verlies in 2016 valt.
[!] Bij langlopende liquidaties kan een liquidatieverlies mogelijk eerder in aftrek komen.

Profiteer van step-up bij grensoverschrijdende fusie of splitsing
In de dividendbelasting wordt vanaf 1 januari 2016 een step-up geregeld voor een grensoverschrijdende juridische fusie en juridische splitsing zoals nu al het geval is bij een grensoverschrijdende aandelenruil. Daarbij wordt het gestorte kapitaal op de toegekende aandelen gesteld op de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat door de fusie of splitsing overgaat. Dit geldt niet voor vermogen dat bestaat uit aandelen in een Nederlandse vennootschap. Op deze manier wordt voorkomen dat een dividendbelastingclaim op bestaande buitenlandse winstreserves ontstaat.

Wacht tot 2016 met energiebesparende investeringen
De EIA is in 2016 58% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum). In 2015 is deze ‘slechts 41,5%’. Het kan dus voordelig zijn om investeringen uit te stellen tot 2016.

Verminder vennootschapsbelasting door investeringsaftrek
Bij investeringen in bedrijfsmiddelen zijn er verschillende mogelijkheden om een deel van de investering terug te krijgen via de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA), de energie-investeringsaftrek (EIA) en/of de milieu-investeringsaftrek (MIA). Voor de KIA mag het investeringsbedrag niet hoger zijn dan € 309.693. Bij een investering tussen € 55.745 en € 103.231 is de KIA het hoogste, namelijk een vast bedrag van € 15.609 (cijfers 2015).
[!] De EIA is in 2015 41,5% van het bedrag aan energie-investeringen (boven het drempelbedrag en tot een bepaald maximum) en de MIA is 13,5%, 27% of 36% (afhankelijk van de soort milieu-investering en boven het drempelbedrag).
[!] Het komt voor dat wel recht bestond op de KIA, EIA en/of MIA, maar dat in de aangifte abusievelijk niet hierom is verzocht. Goedgekeurd is dat in zo’n geval aan de inspecteur kan worden gevraagd om de investeringsaftrek alsnog te verlenen en de aanslag ambtshalve te verminderen. Dit verzoek moet dan wel binnen vijf jaar worden gedaan.
[!] Verkoop van een bedrijfsmiddel binnen vijf jaar na aanschaf kan leiden tot een desinvesteringsbijtelling (drempel € 2.300). Overweeg om een bedrijfsmiddel niet aan het eind van 2015 maar aan het begin 2016 te verkopen.

Ga na of fiscale eenheid (nog steeds) voordelig is
Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting kan voordelig zijn omdat winsten en verliezen van gevoegde vennootschappen direct met elkaar kunnen worden verrekend. Als het gewenst is dat de fiscale eenheid per 1 januari 2016 ingaat, moet de aanvraag daartoe vóór 1 april 2016 worden gedaan. Als de fiscale eenheid per 1 januari 2016 moet worden verbroken, moet het verzoek daartoe uiterlijk 31 december 2015 zijn ingediend.
[!] Het verbreken van een fiscale eenheid kan ervoor zorgen dat het tariefopstapje van 20% vennootschapsbelasting verschillende keren kan worden benut. Hierdoor wordt de eerste schijf van € 200.000 tegen 5% minder belast, wat een voordeel van € 10.000 per vennootschap oplevert.
[!] Verbreking van een fiscale eenheid kan ook gewenst zijn om gebruik te kunnen maken van investeringsaftrek, maar ook met het oog op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld of ongewenste verrekeningen van loon- en omzetbelasting van de gevoegde maatschappijen.

Zorg dat documentatie over verrekenprijzen op orde is
Met ingang van 2016 gelden er aanvullende documentatieverplichtingen voor multinationale groepen over de verrekenprijzen die zij hanteren bij transacties tussen ondernemingen van het concern in verschillende landen. De nieuwe documentatieverplichtingen betreffen een landenrapport (een country-by-country report), een groepsdossier en een lokaal dossier. Een multinationale groep met € 750 mln aan geconsolideerde groepsopbrengsten moet jaarlijks een landenrapport aanleveren bij de belastingdienst in het land van de uiteindelijke moedermaatschappij. Deze verplichting geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. Zorg dus dat tijdig wordt voldaan aan de nieuwe regels. In het groepsdossier wordt een overzicht opgenomen van het verrekenprijsbeleid van de hele groep. In het lokale dossier worden de intra-groepstransacties van de lokale vestiging opgenomen. De verplichting om een groepsdossier en een lokaal dossier op te stellen, geldt in beginsel voor alle ondernemingen.
[!] Voor mkb-ondernemingen met een omzet tot € 50 mln wordt de bestaande documentatieverplichting gehandhaafd.

Extra aftrek voor giften aan culturele instelling tot 2018
Een schenking aan een culturele instelling levert een hogere aftrek in de vennootschapsbelasting op door de zogeheten “multiplier”. Voor de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting mag de gift namelijk met 50% worden verhoogd met een maximum van € 2.500.
[!] De “multiplier” geldt tot en met het belastingjaar 2017.

Controleer of herinvestering nodig is voor veiligstellen HIR
Belastingheffing op de boekwinst van een verkocht bedrijfsmiddel is uit te stellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). Op de balansdatum moet dan wel een voornemen tot herinvesteren bestaan. De herinvestering moet plaatsvinden binnen drie jaar na het jaar waarin de HIR is gevormd, anders valt deze vrij in de winst. Een HIR die in 2012 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2015 zijn benut voor een nieuw bedrijfsmiddel. Het is daarom verstandig om tijdig te controleren of herinvestering nog in 2015 moet gebeuren.
[!] Alleen als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn van drie jaar worden verlengd.
[!] De afboeking van de HIR kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een langere periode dan tien jaar wordt afgeschreven, zoals een bedrijfspand. In dat geval moet het vervangende bedrijfsmiddel in economische zin dezelfde functie vervullen als het verkochte bedrijfsmiddel.

Voorkom verdamping van verliezen uit 2006
Onbenutte verliezen uit 2006 en eerdere jaren zijn na 31 december 2015 verdampt. Door tijdig actie te ondernemen, is verrekening van (een deel van) de verliezen in 2015 wellicht toch nog mogelijk, bijvoorbeeld door stille reserves in bedrijfsmiddelen en/of activiteiten (goodwill) te realiseren.

Verzoek tijdig om status van vrijgestelde beleggingsinstelling
Een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) hoeft geen vennootschapsbelasting te betalen en ook geen dividendbelasting in te houden. Voor een directeur-grootaandeelhouder met een kasgeldvennootschap kan een VBI-status aantrekkelijk zijn.
[!] Om in 2015 nog te kunnen worden aangemerkt als VBI, moet vóór 1 januari 2016 een verzoek worden ingediend (als het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar). Als de VBI-status wordt toegekend, gebeurt dit met ingang van 1 januari 2015 (of de eerste dag van het boekjaar, als dit afwijkt van het kalenderjaar). Een andere ingangsdatum is niet mogelijk.

Vraag bronbelasting binnen drie jaar terug
Als door toepassing van een belastingverdrag blijkt dat in het buitenland te veel belasting is ingehouden op dividend, rente of royalty’s, bestaat de mogelijkheid om deze terug te vragen. Meestal moet een verzoek om teruggaaf worden ingediend binnen drie jaar na ontvangst van het buitenlandse inkomen. Is dus in 2012 bronbelasting ingehouden, dan moet het verzoek uiterlijk in 2015 zijn gedaan.
[!] Te veel ingehouden bronbelasting die niet is teruggevraagd, kan niet worden verrekend met de vennootschapsbelasting en kan ook niet als kosten ten laste van de winst worden gebracht.

Schenk aan ANBI via een BV
Een BV die geld schenkt aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI), heeft recht op een giftenaftrek van maximaal 50% van de winst, tot ten hoogste € 100.000. In een besluit is goedgekeurd dat een gift ook aftrekbaar is, als deze is ingegeven door de persoonlijke charitatieve behoefte van de aandeelhouder. Wel moet dan worden voldaan aan de overige wettelijke voorwaarden. Deze gift wordt niet gezien als een (belaste) uitdeling aan de aandeelhouder. Profiteer van deze goedkeuring en laat giften zo veel mogelijk via de BV lopen. Dat is gunstig voor de BV en de aandeelhouder.
[!] De aandeelhouder mag dan geen doorslaggevende zeggenschap over de ANBI hebben.

Vennootschapsbelasting – aandachtspunten

Houd rekening met aanpassingen in Vpb-plicht overheidsondernemingen
Overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen zijn per 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Er komen twee belangrijke wijzigingen op de eerder aangenomen wet. De eerste wijziging is een antimisbruikregeling die moet voorkomen dat ondernemingswinsten door publiekrechtelijke rechtspersonen onbelast kunnen worden genoten door de onderneming onder te brengen in een commanditaire vennootschap. De tweede wijziging maakt het voor gemeenten, provincies, waterschappen en ministeries mogelijk om zonder fiscale consequenties te fuseren, te splitsen of taken te herschikken. Hierdoor wordt bijvoorbeeld regionale samenwerking gemakkelijker.

Voorkom uitsluiting deelnemingsvrijstelling bij hybride leningen
Vanaf 2016 zijn de deelnemingsvrijstelling en deelnemingsverrekening niet meer van toepassing op dividenden van buitenlandse deelnemingen, als die betalingen bij de deelneming aftrekbaar zijn voor de winstbelasting omdat deze dividenden daar worden gezien als rentelasten. Het gaat dus om zogeheten hybride leningen. Deze maatregel geldt in beginsel niet voor voordelen die worden behaald bij de vervreemding van een deelneming en voor valutaresultaten. De uitsluiting van de deelnemingsvrijstelling en -verrekening is verder ook van toepassing voor wat de vennootschap geniet als vervanging van de belastbare vergoedingen of verstrekkingen.
[!] Beoordeel nog in 2015 of de financieringsstructuur moet worden aangepast.

Let op heffing bij aanmerkelijk belang door buitenlandse deelneming
Vanaf 2016 gelden nieuwe antimisbruikregels voor de situatie dat een buitenlands lichaam een aanmerkelijk belang heeft in een Nederlandse vennootschap. Dit betekent dat moet worden getoetst of (1) het belang wordt gehouden met als hoofddoel of een van de hoofddoelen het ontgaan van inkomsten- of dividendbelasting en (2) de structuur niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. In dergelijke gevallen is het buitenlandse lichaam belastingplichtig voor de inkomsten uit het aanmerkelijk belang.
[!] Van geldige zakelijke redenen is sprake als er voldoende “substance” is van de vennootschap die het aanmerkelijk belang houdt. Dit is in ieder geval zo als zij een materiële onderneming drijft en het aanmerkelijk belang ook functioneel kan worden gerekend tot haar ondernemingsvermogen. Toets tijdig of sprake is van voldoende “substance” en leg dit ook vast in de administratie.

Houd rekening met afschaffing pensioenopbouw bij eigen BV
Voor het opbouwen van pensioen in eigen beheer moet een directeur-grootaandeelhouder (DGA) minimaal 10% van de aandelen in de BV bezitten. Pensioenopbouw bij de eigen BV is alleen mogelijk als de DGA voldoende aandelen met stemrecht bezit.
[!] Het is niet mogelijk om in eigen beheer een nettopensioen op te bouwen voor pensioengevend loon boven € 100.000. Een dergelijke pensioenaanspraak moet dus worden ondergebracht bij een bank of verzekeraar.
[!] De staatssecretaris is voornemens het pensioen in eigen beheer (in de loonbelastingsfeer) af te schaffen en te vervangen door een andere regeling voor de oude dag. Op welke termijn dit gaat gebeuren is nog niet duidelijk.

Geen kortere carry forward-termijn voor spijtoptanten verruimde carry back
Er geldt een nieuwe goedkeuring voor vennootschappen die kennelijk per abuis hebben gekozen voor de verruimde carry back over 2009, 2010 en/of 2011. Van een kennelijk abuis is sprake als de keuze geen teruggaaf van vennootschapsbelasting opleverde, omdat over de desbetreffende eerdere jaren geen belastbare winst beschikbaar was voor verliesverrekening. De goedkeuring houdt in dat deze vennootschappen niet worden getroffen door de verkorting van de voorwaartse verliesverrekeningstermijn.

Verzoek om voorlopige verliesverrekening van 80%
Als de vennootschap het jaar 2013 met winst heeft afgesloten maar in 2014 een verlies heeft geleden, is het mogelijk om een verzoek in te dienen voor een voorlopige verliesverrekening. Dit kan alleen als de aangifte vennootschapsbelasting over 2014 is ingediend, maar de aanslag hoeft nog niet definitief te zijn opgelegd.
[!] De Belastingdienst verrekent dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies met de winst over 2013. Dit levert een liquiditeitsvoordeel op.

Kies als zustervennootschappen of moeder en kleindochter voor fiscale eenheid
Volgens het Europese Hof van Justitie is het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in strijd met het Europese recht. Dit betreft de onmogelijkheid om een fiscale eenheid aan te gaan tussen (1) een moedermaatschappij en een kleindochtermaatschappij, waarbij de tussenhoudster in een andere EU-lidstaat is gevestigd, en (2) twee zustermaatschappijen met een moedermaatschappij in een andere EU-lidstaat.
[!] Op grond van een goedkeurend besluit is een fiscale eenheid voor deze situaties – onder bepaalde voorwaarden – toch mogelijk. Mocht de Belastingdienst zo’n aanvraag afwijzen, dan kan altijd nog een beroep worden gedaan op het arrest van het Europese Hof.

Vraag maximaal vier maanden uitstel bij betalingsproblemen
Vennootschappen die belastingschulden niet kunnen betalen, kunnen telefonisch vragen om uitstel van betaling van maximaal vier maanden. Dit geldt alleen voor schulden tot € 20.000.
[!] Wanneer wordt gebruikgemaakt van deze betalingsregeling, is wel invorderingsrente verschuldigd. Deze bedraagt sinds 1 april 2014 4%.

Verminder vennootschapsbelasting door Vamil
De regeling willekeurige afschrijving voor milieubedrijfsmiddelen (Vamil) biedt de mogelijkheid om 75% van de investeringskosten willekeurig af te schrijven en geldt voor vennootschappen die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen op de Milieulijst (investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu). De overige 25% volgt het reguliere afschrijfregime. Door de (snellere) afschrijving hoeft minder vennootschapsbelasting te worden betaald. Daar staat tegenover dat de vennootschapsbelasting later hoger is doordat minder afschrijvingskosten in aftrek kunnen worden gebracht. De Vamil levert dus een liquiditeitsvoordeel op.

Profiteer van gunstig tarief in innovatiebox
Voor octrooien, patenten en immateriële activa die zijn voortgekomen uit speur- en ontwikkelingswerk (S&O) waarvoor een S&O-verklaring is gekregen, kan het interessant zijn om te kiezen voor de innovatiebox. Het effectieve tarief voor de vennootschapsbelasting voor inkomsten uit innovatieve activiteiten bedraagt slechts 5%.
[!] De verliezen op de innovatieve activiteiten zijn echter aftrekbaar tegen het normale vennootschapsbelastingtarief van 20% of 25%. Dit maakt de innovatiebox tot een zeer aantrekkelijke regeling voor BV’s die zich bezighouden met S&O.

Compartimenteer deelnemingsvoordelen bij sfeerovergang
Een vennootschap met een of meer deelnemingen moet bij een sfeerovergang een compartimenteringsreserve vormen. Van sfeerovergang is sprake als de deelnemingsvrijstelling op een gegeven moment niet meer van toepassing is (van onbelaste naar belaste sfeer) of juist van toepassing wordt (van belaste naar onbelaste sfeer). In het eerste geval moet op de balans een onbelaste compartimenteringsreserve worden opgenomen en in het tweede geval een belaste compartimenteringsreserve. De reserve valt vrij wanneer (positieve of negatieve) voordelen worden gerealiseerd op de aandelen in de dochtervennootschap, dus bij verkoop van de aandelen maar ook bij een uitdeling van dividend.

Let op renteaftrekbeperking voor deelnemingsschulden
Bovenmatige rente en kosten van geldleningen die verband houden met de financiering van een deelneming, zijn niet aftrekbaar. Om het bovenmatige deel van de deelnemingsrente te berekenen, is de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen van belang. Door deze verhouding waar mogelijk aan te passen, kan de deelnemingsrente dan toch aftrekbaar zijn. Er geldt een drempel van € 750.000 aan bovenmatige deelnemingsrente. Door deze drempel wordt het mkb ontzien.
[!] Bij uitbreidingsinvesteringen is het soms toch mogelijk om de rente op de financiering van die investeringen van de winst af te trekken.

Let op renteaftrekbeperking voor overnameholdings
Als een overname wordt gefinancierd met een lening en de overnemende en overgenomen vennootschap vormen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, geldt mogelijk een renteaftrekbeperking. De overnamerente is namelijk alleen aftrekbaar voor zover de overnameholding zelf winst behaald. Tot € 1 miljoen is overnamerente wel aftrekbaar.
[!] Bij een overnamerente boven € 1 miljoen bestaat mogelijk toch recht op aftrek, als binnen bepaalde financieringsgrenzen wordt gebleven. Soms is het nodig om extra af te lossen om gebruik te kunnen (blijven) maken van renteaftrek.

Overweeg om terug te keren naar onderneming voor inkomstenbelasting
Er bestaat een fiscale faciliteit om de BV (terug) om te zetten in een onderneming voor de inkomstenbelasting (eenmanszaak of aandeel in een personenvennootschap) zonder dat daarover fiscaal hoeft af te worden afgerekend. Door de inkomsten als winst uit onderneming te gaan genieten, kan de mkb-winstvrijstelling van 14% worden benut en bestaat in beginsel recht op de zelfstandigenaftrek en overige ondernemersfaciliteiten, zoals de oudedagsreserve. Dit kan voordeliger zijn dan in de BV te blijven.
[!] Ook het overnemen van (een deel) van de bedrijfsactiviteiten van de BV door de eenmanszaak met fiscale afrekening behoort tot de mogelijkheden. Dit kan gunstig zijn wanneer de BV verliezen heeft, omdat de hierbij gerealiseerde (stille en/of fiscale) reserves kunnen worden verrekend met deze (nog verrekenbare) verliezen.

Beoordeel of aftrek van gemengde kosten zo voordelig mogelijk is
Gemengde kosten zijn kosten die zowel een zakelijk als een privékarakter hebben en komen tot een bedrag van € 4.500 niet in aftrek. Er mag worden gekozen voor een aftrekbeperking van 26,5% van de gemengde kosten, als dit voordeliger is.

Te koop staand pand is bij herstructurering mogelijk geen bedrijfsmiddel meer
Een pand dat als bedrijfsmiddel werd aangemerkt, maar in het kader van een herstructurering te koop wordt gezet, kan daardoor het etiket bedrijfsmiddel verliezen en het etiket “voorraadpand” krijgen. Hierdoor kan een eventuele boekwinst op het pand niet in een herinvesteringsreserve worden gereserveerd. Het kan dus raadzaam zijn om een bedrijfspand te koop te zetten voordat de herstructureringsplannen definitief zijn.

Omzetbelasting – aandachtspunten

Houd rekening met lagere grens voor kwartaalopgaaf ICP
Vanaf 2016 moeten ondernemers die in een kwartaal voor meer dan € 50.000 aan goederen leveren aan ondernemers in andere EU-landen (intracommunautaire prestaties), voortaan maandelijks een opgaaf ICP indienen. In 2015 geldt nog een grens van € 100.000 per kwartaal. De EU heeft er echter op gewezen dat Nederland de EU-regels niet goed toepast. Ondernemers die nu al de nieuwe kwartaalgrens overschrijden, moeten er dus rekening mee houden dat zij straks maandelijks een opgaaf ICP moeten doen.

Pas kleineondernemersregeling toe bij een laag btw-bedrag
Ondernemers die op jaarbasis maximaal € 1.883 aan BTW (na aftrek van voorbelasting) zijn verschuldigd, komen in aanmerking voor de kleineondernemersregeling (KOR). In dat geval hoeft de ondernemer een deel van de BTW niet te voldoen. Er geldt zelfs een vermindering van 100% als de ondernemer op jaarbasis niet meer dan € 1.345 aan BTW is verschuldigd.
[!] Let op: De KOR geldt niet voor rechtspersonen.
[!] Let op: Bij ondernemers met meerdere ondernemingen is de KOR slechts éénmaal toe te passen voor alle ondernemingen gezamenlijk.

Vraag BTW over facturen van niet-betalende debiteuren terug
BTW die al is afgedragen maar niet (meer) kan worden geïnd van de debiteur, kan bij de Belastingdienst worden teruggevraagd. Deze BTW mag niet worden aangegeven op het suppletieformulier en ook niet in de eerstvolgende aangifte BTW, maar moet in briefvorm worden ingediend bij de Belastingdienst. Dit moet gebeuren binnen één maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin is gebleken dat de debiteur niet zal betalen.
[!] Het is aan te raden om de desbetreffende factuur mee te sturen.

Benut btw-voordeeltje voor particuliere verhuurders van garageboxen
De verhuur van een onroerende zaak is vrijgesteld van de heffing van BTW. Een uitzondering hierop is de verhuur van lig- en bergplaatsen voor voertuigen. Deze verhuur is belast met BTW. Hof Den Bosch heeft echter op grond van jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie beslist dat de verhuur van een garagebox is vrijgesteld van BTW. Deze zaak is vooral interessant voor eigenaren met meerdere verhuurde garageboxen. De particulier die maar één of slechts enkele garageboxen verhuurt, zal immers vaak onder de kleineondernemersregeling vallen en toch al geen BTW betalen.
[!] Let op: als vrijgesteld wordt verhuurd, bestaat ook geen recht meer op aftrek van voorbelasting.

Neem BTW over privégebruik auto op in laatste aangifte
Als de auto van de zaak ook privé wordt gebruikt, moet de in aftrek gebrachte BTW over het privégebruik in de laatste btw-aangifte van het jaar worden gecorrigeerd. Uit de administratie moet blijken wat het privégebruik is geweest, waarbij woon-werkverkeer als privégebruik wordt aangemerkt. Als uit de administratie niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt, is het ook toegestaan om 2,7% van de catalogusprijs van de auto (dat is de prijs inclusief BTW en BPM) als privégebruik voor de BTW in aanmerking te nemen als zogenaamde fictieve dienst.
[!] Is een auto vanaf het jaar van ingebruikneming vijf jaren in de onderneming gebruikt en behoort de auto tot het bedrijfsvermogen van de ondernemer, dan mag rekening gehouden worden met fictieve dienst van 1,5% van de cataloguswaarde. Ook als bij de aanschaf van de auto geen BTW in aftrek is gebracht, mag voor de berekening van de BTW over het privégebruik worden uitgegaan van deze 1,5%.

Dien tijdig correctie in van btw-aangiften over 2015 (en eerdere jaren)
Als te weinig of te veel BTW is aangegeven, moet dit zo snel mogelijk worden gecorrigeerd door middel van een suppletie (ofwel vrijwillige verbetering). Als de btw-correctie minder dan € 1.000 bedraagt, mag deze worden verwerkt in de eerstvolgende aangifte BTW. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een te betalen of een te ontvangen bedrag. Voor hogere bedragen is een suppletieformulier te downloaden op de website van de Belastingdienst.
[!] De btw-schuld zelf aangeven beperkt de hoogte van de belastingrente en de boete. Wacht dus niet tot de Belastingdienst naar aanleiding van een eventuele controle een naheffingsaanslag oplegt. De Belastingdienst is bezig met een landelijke actie balansschulden en controleert dus intensiever om deze btw-schulden te innen.

Meld verbreken fiscale eenheid voor de BTW zo snel mogelijk
Als niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het bestaan van een fiscale eenheid voor de BTW, loopt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schulden van alle ondernemingen binnen de fiscale eenheid door zolang de fiscale eenheid bestaat. De fiscale eenheid wordt niet met terugwerkende kracht beëindigd, zodat het erg belangrijk is dat zo snel mogelijk schriftelijk aan de Belastingdienst wordt gemeld dat de fiscale eenheid moet worden verbroken.
[!] De Belastingdienst zal een verbreking van de fiscale eenheid alleen accorderen als er in financieel, organisatorisch of economisch opzicht geen sprake meer is van een eenheid.

Verzoek om teruggaaf herzienings-BTW bij leegstand na vrijgestelde verhuur
De Hoge Raad heeft beslist dat recht op teruggaaf van BTW bestaat als sprake is van leegstand tijdens de herzieningsperiode en het desbetreffende pand vóór de leegstand vrijgesteld van BTW was verhuurd. Doorslaggevend voor de teruggaaf van herzienings-BTW is het (voorgenomen) gebruik voor belaste handelingen na de periode van leegstand. Maak in voorkomende gevallen gebruik van deze aftrekmogelijkheid.

Kies het gunstigste btw-aangiftetijdvak
Btw-ondernemers mogen de aangifte BTW per kwartaal of per maand doen. Hierdoor valt een liquiditeitsvoordeel te behalen. Als BTW moet worden afgedragen, is kwartaalaangifte aan te raden. Bij een structurele teruggave van BTW is maandelijkse aangifte uiteraard een betere keuze.

Vraag tijdig in andere EU-lidstaten betaalde BTW terug
Ondernemers die BTW hebben betaald in andere EU-lidstaten, kunnen deze door middel van een elektronisch verzoek bij de Nederlandse Belastingdienst terugvragen. Hiervoor geldt een termijn van negen maanden.
[!] De BTW over 2015 kan dus tot en met 30 september 2016 worden teruggevraagd.

Betaal brandstof voor de zakelijke auto niet contant
Als sprake is van een auto van de zaak is alle BTW die voor de auto wordt betaald, als voorbelasting terug te vragen. Deze voorbelasting gaat verloren als de brandstof contant is betaald omdat in dat geval niet duidelijk is wie de brandstof heeft betaald. Zorg er daarom altijd voor dat de brandstof wordt betaald met een bankpas, tankpas of creditcard.

Controleer of huurder nog wel 90% of meer van de BTW kan terugvragen
Een pand kan alleen met BTW worden verhuurd als de huurder 90% of meer (in enkele gevallen geldt 70%) van de in rekening gebrachte BTW kan aftrekken. Informeer daarom als verhuurder regelmatig bij de huurder of nog voor 90% of meer recht bestaat op aftrek van voorbelasting.

Geen vermindering BUA-correctie voor eigen bijdrage voor auto van de zaak
Soms betaalt een werknemer aan de werkgever een bijdrage voor het privégebruik voor de auto van de zaak. Houd er rekening mee dat de bijdragen voor privégebruik en de aan de werknemers doorbelaste bedragen voor de berekening van de BUA-correctie niet in mindering mogen worden gebracht. Dit heeft de Hoge Raad beslist.

Erf- en schenkbelasting – eindejaarstips

Benut de (jaarlijkse) reguliere schenkingsvrijstellingen
Ouders kunnen jaarlijks aan ieder van hun kinderen een schenking doen zonder dat het kind daarover schenkbelasting is verschuldigd. In 2015 is het vrijgestelde bedrag voor schenkingen per kind € 5.277. Aan kinderen van 18 tot en met 39 jaar mag eenmalig € 25.322 (bedrag 2015) belastingvrij worden geschonken. Als het eigen kind buiten deze leeftijdgrenzen valt maar zijn of haar partner (echtgenoot of geregistreerde partner) voldoet wel aan deze leeftijdseis, kan toch worden gebruikgemaakt van de regeling. Er geldt een hogere vrijstelling van € 52.752 (bedrag 2015) wanneer wordt geschonken voor aankoop, verbetering of onderhoud van een eigen woning, de afkoop van een recht van erfpacht, opstal of beklemming, de aflossing van een eigenwoningschuld of restschuld of een kostbare studie of opleiding. Aan andere verkrijgers (bijvoorbeeld een kleinkind) mag belastingvrij € 2.111 (bedrag 2015) worden geschonken.
[!] De hoge (eenmalige) vrijstelling schenkbelasting geldt per ouderpaar. Als de ouders zijn gescheiden, kan een vrijstelling dus maar één keer worden benut.
[!] Door tijdens leven te schenken, wordt het vermogen van de schenkers verlaagd, waardoor uiteindelijk erfbelasting wordt bespaard. Ook wordt het inkomen in box 3 van de schenkers
verlaagd. Bij de begiftigden valt het geschonken vermogen wél in box 3.

Erf- en schenkbelasting – aandachtspunten

Voorkom dat een kind een schenking moet delen met de ex-partner
Als een ouder schenkt aan een kind dat in gemeenschap van goederen is getrouwd, loopt het kind het risico dat bij scheiding de schenking moet worden gedeeld met de ex-partner. Als de schenker (de ouder) een uitsluitingsclausule verbindt aan de schenking, blijft het geschonken bedrag privévermogen van het eigen kind. Het is mogelijk een versoepelde uitsluitingsclausule op te nemen. Dit houdt in dat de uitsluitingsclausule alleen van toepassing is als het huwelijk door echtscheiding wordt ontbonden, maar niet als het huwelijk eindigt door overlijden.
[!] De schenking behoort bij overlijden dan alsnog tot de gemeenschap van goederen waardoor de partner minder of geen erfbelasting over de (geërfde) schenking betaalt.

Kijk kritisch naar een schenking onder schuldigerkenning
Als het niet gewenst is dat de schenker de beschikkingsmacht over de liquide middelen verliest, kan worden geschonken op papier door in een notariële schenkingsakte op te nemen dat het bedrag wordt schuldig erkend. Bij een schenking onder schuldigerkenning is de schenker verplicht jaarlijks 6% rente te vergoeden aan de ontvanger.
[!] Deze rente moet daadwerkelijk worden betaald en mag niet worden bijgeschreven op de hoofdsom.

Profiteer van vrijstelling voor schenking van ondernemingsvermogen
Schenking van ondernemingsvermogen of een pakket aanmerkelijkbelangaandelen in een eigen BV aan de kinderen kan voordelig zijn. De toekomstige waardestijging van de onderneming of de BV komt daardoor (deels) toe aan de kinderen, zodat bij het latere overlijden van de ouder geen erfbelasting is verschuldigd over de waarde die bij de kinderen is aangegroeid. Bovendien kan bij de schenking van ondernemingsvermogen of aanmerkelijkbelangaandelen onder voorwaarden een vrijstelling voor de schenkbelasting gelden. Deze vrijstelling bedraagt 100% voor ondernemingsvermogen tot maximaal € 1.055.022 (2015). Voor het meerdere geldt een vrijstelling van 83%.
[!] Voor het deel dat niet is vrijgesteld, is het mogelijk om gedurende tien jaar rentedragend uitstel van betaling te krijgen.
[!] Ook vastgoedaandelen kunnen in aanmerking komen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, zo hebben enkele rechters beslist. De Hoge Raad heeft in die zaken nog geen eindoordeel gegeven. In afwachting daarvan is het aan te bevelen om bij het schenken of vererven van vastgoedaandelen een beroep te doen op de faciliteit. Dan moet wel kunnen worden aangetoond dat geen sprake is van beleggen maar van een (materiële) onderneming.

Maak gebruik van gunstige leningconstructie met kinderen voor eigen woning
Ouders kunnen een lening verstrekken aan hun kind voor de aankoop, de verbetering of het onderhoud van de eigen woning van het kind. Als daarvoor een leningsovereenkomst wordt opgesteld, kan het kind de rente die het betaalt aan de ouders, aftrekken in box 1 als ook wordt voldaan aan de eisen die worden gesteld aan eigenwoningschulden. Aftrek is ook mogelijk als de ouders dan de rente jaarlijks (deels) kwijtschelden met het bedrag van de schenkingsvrijstelling.

Leen voordelig geld uit als de lening bij het kind in box 1 valt
Het is fiscaal voordelig als een ouder geld leent aan een kind, voor wie die lening in box 1 valt. Daarbij kan worden gedacht aan een lening voor de eigen woning of een lening voor een onderneming van het kind. Voor de ouder is de lening een bezitting in box 3 (waarbij effectief 1,2% inkomstenbelasting wordt geheven) maar voor het kind is deze een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1-inkomen. De ouder moet een zakelijke rente rekenen over de lening aan het kind. Het uitgangspunt is dat de rente daadwerkelijk moet worden betaald.
[!] De hoogte van de rente die de ouder aan het kind berekent, moet binnen de grenzen van de redelijkheid blijven. Voor de toepassing van de schenkbelasting wordt uitgegaan van 6%.

Schenking in natura kan fiscaal voordelig zijn
Een schenking hoeft niet in geld plaats te vinden. Ook een schenking in bijvoorbeeld de vorm van een overdracht van een pand, een kunstcollectie of effecten is mogelijk. In dat geval is het wel raadzaam om de waarde te laten taxeren zodat problemen met de Belastingdienst kunnen worden voorkomen.

Ga bij het erven van een serviceflat uit van actuele waarde en niet de WOZ-waarde
In afwijking van de hoofdregel in de erfbelasting dat voor woningen de WOZ-waarde in acht moet worden genomen, kan voor serviceflats onder voorwaarden worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer als deze actuele waarde in belangrijke mate (minimaal 30%) afwijkt van de WOZ-waarde.

Maak gebruik van ruimere schenkingsvrijstelling
De eenmalige hoge vrijstelling in de schenkbelasting voor schenkingen van ouders aan kinderen tussen 18 en 40 jaar, die verband houden met de eigen woning wordt vanaf 2017 verruimd. Het bedrag wordt verhoogd van € 53.016 (2016) tot € 100.000 (2017). Vanaf 2017 vervalt de beperking dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind, waardoor ook buiten de gezinssituatie kan worden gebruikgemaakt van de vrijstelling. De begunstigde moet echter nog steeds tussen 18 en 40 jaar zijn. De vrijstelling hoeft niet in één keer te worden benut, maar mag over drie achtereenvolgende jaren worden verspreid.
[!] De schenking moet worden gebruikt voor de aankoop of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning of voor de aflossing van de eigenwoningschuld of een restschuld van de eerder vervreemde eigen woning.
[!] Een eerdere schenking voor de eigen woning in 2015 of 2016 komt in mindering op de vanaf 2017 geldende verruimde vrijstelling. Het heeft dus niet altijd zin voor ouders om te wachten met een schenking voor de eigen woning tot 2017. Uitstel tot dat jaar kan ook te laat zijn als de beoogde begiftigde dan inmiddels 40 jaar oud is.

Doe tijdig aangifte bij schenking boven vrijstelling(en)
Als in 2015 meer is geschonken dan de vrijstelling(en), moet vóór 1 maart 2016 aangifte schenkbelasting worden gedaan. Is gebruikgemaakt van de verhoogde vrijstellingen, dan moet dat in de aangifte schenkbelasting of in de vorm van een brief worden aangegeven. De Belastingdienst moet immers weten of, en zo ja, voor welk bedrag de schenkingsvrijstelling is benut.

Maak bezwaar tegen schenkbelasting bij kwijtschelding deel koopsom woning
Bij de verkoop van een woning, gevolgd door een gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom, is sprake van een schenking. Maar er lopen procedures bij de rechter over de vraag of dit een schenking van een onroerende zaak is of een andersoortige schenking, namelijk de kwijtschelding van een overeengekomen bedrag. In beide gevallen is schenkbelasting verschuldigd, maar in het eerste geval wordt aangesloten bij de WOZ-waarde van de woning en in het tweede geval bij de (zakelijke) verkoopprijs. Dit kan van belang zijn voor de verrekening van de overdrachtsbelasting die moet worden betaald bij de levering van een woning op grond van een samenloopbepaling in de schenkbelasting. Het is daarom verstandig om in zo’n situatie bezwaar te maken tegen een (lagere) verrekening van de overdrachtsbelasting, zolang deze kwestie nog niet door de Hoge Raad is beoordeeld.

Bekijk optie van beneficiaire aanvaarding bij erfenis van alleen woning
De laatste jaren zijn veel woningen “onder water” komen te staan. Als een nalatenschap voornamelijk bestaat uit een woning, kan het verstandig zijn om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden. De nalatenschap wordt in dat geval aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving zodat geen aansprakelijkheid ontstaat voor de (hypotheek)schulden.
[!] Als een erfgenaam helemaal geen vertrouwen heeft in een afwikkeling met een positief saldo, kan verwerping van de erfenis een verstandige keuze zijn.
[!] Er ligt een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer, waardoor erfgenamen beter worden beschermd tegen onverwachte schulden van de overledene. Dit geldt dus niet voor schulden die een erfgenaam kende of behoorde te kennen.

Vraag uitstel van betaling aan voor geërfde, nog niet verkochte woning
Als erfgenamen niet in staat zijn om de erfbelasting over een geërfde woning te voldoen, verleent de Belastingdienst voor dit soort gevallen uitstel van betaling. Als na een jaar de
geërfde woning nog niet is verkocht, kan opnieuw uitstel van betaling worden gevraagd. In dat geval verlangt de Belastingdienst als zekerheid echter wel dat een hypotheekakte wordt opgemaakt.
[!] De Belastingdienst berekent belastingrente over de periode dat uitstel van betaling wordt verleend. Dit kan over een wat langere periode aardig oplopen. De belastingrente bedraagt in 2015 4%. Het kan daarom voordeliger zijn om de erfbelasting uit de eigen middelen te betalen, zeker nu de rente op een spaarrekening zo laag is.

Kies voor andere peildatum voor WOZ-waarde van geërfde woning
Voor de erfbelasting moet worden uitgegaan van de WOZ-waarde van een woning. De peildatum van de WOZ-waarde ligt echter altijd (minimaal) een jaar voor de overlijdensdatum. Een erfgenaam kan echter kiezen voor de WOZ-waarde die geldt in het jaar van overlijden of de WOZ-waarde die geldt voor het jaar na het jaar van overlijden.
[!] In een dalende woningmarkt kan het fiscaal voordelig zijn om te kiezen voor de WOZ-waarde van een later jaar. In een stijgende woningmarkt geldt uiteraard dat de WOZ-waarde in het jaar van overlijden gunstiger is.

Diversen – eindejaarstips

Aanschaf auto in 2015 kan aantrekkelijker zijn dan in 2016
De autobelastingen blijven in beweging. Vanaf 2016 hebben alleen nog auto’s zonder CO2-uitstoot recht op vrijstelling van de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en zijn de tarieven voor auto’s op diesel en auto’s op andere brandstof (gas of benzine) in de BPM volledig gelijk. Voor auto’s met een dieselmotor blijft een toeslag gelden die afhankelijk is van de CO2-uitstoot. Door deze wettelijke aanpassingen kan het aantrekkelijk zijn om niet te wachten met het aanschaffen van een auto, maar nog in 2015 actie te ondernemen.
[!] In 2016 komt er ook alleen voor dat jaar een halftarief in de MRB voor (semi-)elektrische auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 50 gr/km en een hele vrijstelling voor elektrische auto’s (zonder CO2-uitstoot). Voor dat jaar worden in de BPM ook de drie hoogste tariefschijven verhoogd.

Maak in 2015 nog gebruik van erfpachtlease
In de praktijk wordt als financieringsstructuur of voor de vervreemding van beleggingsvastgoed steeds vaker gebruikgemaakt van erfpachtlease in plaats van een sale-and-lease-back om heffing van overdrachtsbelasting te voorkomen of te beperken. Bij erfpachtlease blijft de verkoper verhuurder van het vastgoed en recht hebben op de huuropbrengsten, maar tegelijkertijd is hij erfpachter en dus ook verplicht om canon te betalen (die vaak gelijk is aan de huuropbrengsten). Zo wordt bereikt dat de koper het beleggingsvastgoed verkrijgt met een forse besparing van overdrachtsbelasting. Vanaf 2016 is het echter niet meer toegestaan om de heffingsgrondslag voor de overdrachtsbelasting te verminderen met de gekapitaliseerde waarde van de erfpachtcanon of retributie bij een verkoop met gelijktijdige vestiging van een erfdienstbaarheid, een recht van erfpacht of een recht van opstal. Het kan dus voordelig zijn om nog in 2015 te kiezen voor erfpachtlease.

Diversen – aandachtspunten

Bewaar administratie over 2008 zeker nog tot 2016
De administratie van de onderneming moet zeven jaar worden bewaard. Aan het einde van 2015 kan dus de administratie over 2008 en eventueel voorgaande jaren worden weggedaan. Het is echter verstandig om niet alles weg te doen. Zo moet in verband met de herzieningstermijn voor de BTW de administratie van onroerende zaken tien in plaats van zeven jaar worden bewaard.
[!] Permanente documenten, zoals notariële akten, pensioenpolissen en vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst, moeten natuurlijk altijd worden bewaard.

Dien aangifte tijdig in om een verzuimboete te ontlopen
Als de aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting te laat wordt ingediend, kan (en zal) de inspecteur een verzuimboete opleggen. De standaardboete voor de inkomstenbelasting bedraagt 7% van het wettelijk maximum van € 5.278 (€ 369) en voor de vennootschapsbelasting 50% van het wettelijk maximum (€ 2.639). Wordt voor het einde van de bezwaarfase tegen de boetebeschikking alsnog aangifte gedaan, dan wordt de boete voor de inkomstenbelasting gematigd tot 1% van het wettelijk maximum (€ 52) en voor de vennootschapsbelasting tot 5% van het wettelijk maximum (€ 263).
[!] Voorkom dat een verzuimboete wordt opgelegd door tijdig de aangifte in te doen. Als de aangifte wordt verzorgd door een gemachtigde, is het verstandig om de vinger aan de pols te houden. De belastingplichtige blijft in de meeste gevallen namelijk zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van zijn aangifte.

Voorkom belastingrente door voorlopige aanslag aan te vragen
Als over een jaar te weinig of geen belasting is betaald, is belastingrente verschuldigd vanaf 1 juli in het daaropvolgende belastingjaar. Het is daarom belangrijk om tijdig te verzoeken om een (nadere) voorlopige aanslag. Voor de vennootschapsbelasting geldt een belastingrente van 8%. Voor de overige belastingen, waaronder de inkomstenbelasting, geldt een belastingrente van 4%.

Laat voorlopige teruggaaf niet tot een te hoog bedrag vaststellen
Een vergrijpboete kan worden opgelegd als een belastingplichtige opzettelijk een onjuiste voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting heeft aangevraagd of opzettelijk een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting tot een onjuist bedrag heeft laten herzien. Laat een voorlopige teruggaaf daarom niet te hoog vaststellen en een voorlopige aanslag niet tot een te laag bedrag herzien, want dit kan leiden tot een boete van 100% van het door de Belastingdienst “misgelopen” bedrag.

Vraag gezamenlijke taxatie voor een onroerende zaak digitaal aan
Het is mogelijk om digitaal – in plaats van schriftelijk – een verzoek voor een gezamenlijke taxatie van een onroerende zaak in te dienen bij de Belastingdienst. Bij een gezamenlijke taxatie bepalen een taxateur die de belastingplichtige aanwijst, en een taxateur van de Belastingdienst samen de waarde van de onroerende zaak. Een gezamenlijke taxatie kan worden aangevraagd als:

  • een overdracht of overgang van een onroerende zaak plaatsvindt of heeft plaatsgevonden met een gelieerde partij;
  • verschil van inzicht bestaat of kan ontstaan met de Belastingdienst over de waarde van een onroerende zaak;
  • de gezamenlijke taxatie namens alle belanghebbenden wordt gedaan.

Keer binnen twee jaar in om boete van 60% te vermijden
De boete bij vrijwillige verbetering bedraagt sinds 1 juli 2015 60% van de te weinig geheven belasting. Wie binnen twee jaar inkeert, krijgt geen boete. Het loont dus om deze termijn goed in de gaten te houden.
[!] Er is alleen sprake van vrijwillige verbetering als de Belastingdienst nog niet op de hoogte was of had kunnen zijn van het niet aangegeven inkomen of vermogen.

Verzoek om vergoeding van rente als ten onrechte belasting is betaald
Als de Belastingdienst in strijd met het EU-recht belastingen heeft geheven, bestaat niet alleen recht op terugbetaling van de belasting, maar op grond van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie ook op de rente hierover vanaf het ogenblik waarop de ten onrechte geheven belasting is betaald. De invorderingsrente wordt vergoed over het tijdvak dat aanvangt op de dag die volgt op de dag waarop de belasting is betaald of op aangifte is voldaan of afgedragen, en eindigt op de dag voorafgaand aan de dag van de terugbetaling.
[!] Vorderingen om een (aanvullende) rentevergoeding te geven, verjaren vijf jaar na het verstrijken van de betalingstermijn die betrekking heeft op de teruggaafbeschikking. Wacht dus niet te lang met een verzoek om vergoeding van rente, als de Belastingdienst niet uit zichzelf deze rente vergoedt.

Meld betalingsonmacht tijdig aan de Belastingdienst
Als een ondernemer aanslagen loon- of omzetbelasting niet op tijd kan voldoen, kan de Belastingdienst een bestuurder daarvoor aansprakelijk stellen. Dit is vaak te voorkomen door de betalingsonmacht tijdig schriftelijk te melden. De Hoge Raad heeft beslist dat een betalingsonmacht niet hoeft te worden gemeld als de Belastingdienst al op de hoogte is van de slechte financiële positie.
[!] Neem het zekere voor het onzekere en meld de betalingsonmacht schriftelijk en op tijd.
[!] Als een werknemer de betalingsonmacht te laat meldt, is dit voor de bestuurder geen geldig excuus om onder de aansprakelijkheid uit te komen. Dit heeft Rechtbank Den Haag. De bestuurder kan daarom altijd het beste zelf de betalingsonmacht (op tijd) melden.

Houd de DIGID-inloggegevens geheim
Voor het regelen van nogal wat overheidszaken, waaronder de aangifte inkomstenbelasting, is een DIGID met een gebruikersnaam en wachtwoord nodig. Om misbruik door derden of soms zelfs ex-partners te voorkomen, is het aan te raden om het DIGID-wachtwoord strikt persoonlijk te houden.

Voorkom aansprakelijkstelling voor belastingschuld van BV
Een aandeelhouder die minstens 1/3 van de aandelen in een beleggings-BV bezit, kan aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van die BV. De Hoge Raad heeft beslist dat deze aansprakelijkstelling niet alleen geldt voor natuurlijke personen, maar ook voor rechtspersonen. Een aandeelhouder is niet aansprakelijk als hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat het vermogen van de BV ontoereikend is voor het voldoen van de vennootschapsbelasting. Vanaf 2016 wordt deze disculpatiemogelijkheid beperkt tot gevallen waarin de verkoper van de aandelen de verhaalsmogelijkheden van de Belastingdienst heeft gewaarborgd door zekerheid te vragen van de koper van de aandelen. Het is van belang dat bij verkoop van een beleggings-BV rekening wordt
gehouden met de strengere regels om aansprakelijkstelling van belastingschulden te
voorkomen of te beperken.
[!] De disculpatiemogelijkheid kan alleen worden ingeroepen als is voldaan aan drie cumulatieve eisen: (1) De aansprakelijkheid ziet op vennootschapsbelasting over egalisatie- of stille reserves die betrekking hebben op vermogensrechten en roerende en onroerende zaken, (2) deze rechten en zaken blijven gedurende ten minste zes maanden na de verkoop van de aandelen behoren tot het vermogen van de vennootschap en (3) de verkoper van de aandelen bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend is voor het voldoen van de vennootschapsbelasting.

Voorkom lijfsdwang, betaal belastingschuld tijdig
Vanaf 1 januari 2016 kan de Belastingdienst ook lijfsdwang toepassen bij civiele vorderingen tot betaling van schadevergoeding aan de ontvanger in verband met een niet-betaalde belastingschuld. De ontvanger zal het dwangmiddel alleen inzetten als er geen andere, minder vergaande dwangmiddelen voorhanden zijn en in gevallen waarin bovendien het maatschappelijke en fiscale belang rechtvaardigen dat iemand wordt opgesloten. Deze maatregel geldt niet alleen voor formele bestuurders, maar ook voor de feitelijke bestuurder of beleidsbepaler. Dit is degene die het beleid (mede) heeft bepaald alsof hij bestuurder was.
[!] Het toepassen van lijfsdwang is niet mogelijk als het niet aan de bestuurder of beleidsbepaler is te wijten dat de belastingschuld niet is voldaan.

Voorkom boete bij niet-nakoming internationale informatieverplichting
Op grond van de Wet uitvoering Common Reporting Standard moeten financiële instellingen per 1 januari 2016 informatie verstrekken over financiële rekeningen die worden gehouden bij financiële instellingen in een ander land dan het land waar de rekeninghouder fiscaal woont. Wordt de verplichte informatie niet verstrekt, dan wordt een boete opgelegd aan de belastingplichtige, de administratieplichtige en/of de financiële instelling. Deze boete bedraagt maximaal € 20.250. Voorkom deze boete door de informatieverplichtingen tijdig na te (laten) komen.

Zorg dat de administratie op orde is
Uit de administratie moet op elk gewenst moment de voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens duidelijk blijken. Deze administratieplicht was al belangrijk, maar wordt nog urgenter. De Tweede Kamer heeft namelijk ingestemd met een wetsvoorstel waardoor het niet voldoen aan de administratie-, bewaar- en afgifteplicht autonoom strafbaar wordt gesteld en dus niet langer is vereist dat schuldeisers opzettelijk worden benadeeld. Bovendien wordt ook verwijtbaar niet-administreren of niet-bewaren strafbaar gesteld. Zorg dus altijd voor een goede vastlegging van administratieve gegevens.
[!] De Eerste Kamer moet het wetsvoorstel nog goedkeuren. Het is nog niet bekend wanneer de maatregelen in werking treden.

Profiteer van aanpassingen in het jaarrekeningenrecht voor mkb
Per 1 november 2015 gelden hogere grensbedragen, waarmee ondernemingen worden aangeduid als “klein” of “middelgroot”. Meer bedrijven kunnen zo gebruikmaken van allerlei vrijstellingen met betrekking tot het opstellen van een jaarrekening. Ook worden de jaarrekeningregels vereenvoudigd voor zogeheten micro-ondernemingen. Dit is een nieuwe groep bedrijven in het jaarrekeningenrecht. Zij hoeven nog maar een heel beperkte jaarrekening op te stellen.
[!] De nieuwe regels moeten worden toegepast op jaarrekeningen en bestuursverslagen die worden opgesteld over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016. Eerdere toepassing van de nieuwe voorschriften is echter toegestaan.
[!] De nieuwe grensbedragen zijn als volgt:

             Balanstotaal  Netto-omzet  Aantal werkne-
             in € (max.)   in € (max.)  mers (max.)
             ------------  -----------  --------------
      Micro       350.000      700.000    10
      Klein     6.000.000   12.000.000    50
Middelgroot    20.000.000   40.000.000   250

[!] Onder de nieuwe regels hoeven kleine rechtspersonen die de fiscale waarderingsgrondslagen toepassen, in de toelichting op de jaarrekening niet langer het gebruik van een fiscale faciliteit en het bedrag van de daaruit voortvloeiende buitengewone waardecorrectie te vermelden. Dit is op grond van de gewijzigde Europese jaarrekeningenrichtlijn niet meer toegestaan. Micro-ondernemingen zijn vrijgesteld van de verplichting om een toelichting op de jaarrekening op te stellen.

Kom op tegen nota griffierecht bij betalingsonmacht
Een rechtzoekende die onmogelijk of uiterst moeilijk het verschuldigde griffierecht kan voldoen, is onder voorwaarden niet in verzuim als hij het griffierecht niet betaalt. De Hoge Raad heeft richtlijnen gegeven wanneer sprake is van deze situatie. Het moet gaan om een natuurlijk persoon, die aannemelijk maakt dat het netto-inkomen waarover hij maandelijks kan beschikken, minder bedraagt dan 90% van de voor een alleenstaande geldende (maximale) bijstandsnorm (per 1 januari 201: € 864,75). Het verzamelinkomen moet minder bedragen dan € 12.950 per jaar (€ 1.079,21 per maand; bedragen per 1 januari 2015). Ook mag deze persoon niet beschikken over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald.
[!] De gezinssamenstelling is niet van belang en het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner moet(en) worden opgeteld bij het inkomen en vermogen van de rechtzoekende.
[!] Voor het einde van de door de griffier gestelde betalingstermijn moet kenbaar worden gemaakt dat het griffierecht niet kan worden voldaan.

Maak bezwaar tegen hoge boete als financiële positie onderneming slecht is
De Belastingdienst kan bij het opleggen van een boete rekening houden met de draagkracht van de overtreder. In zo’n geval moet rekening worden gehouden met de financiële positie van de betrokkene op het moment waarop het besluit wordt genomen om een boete op te leggen. De rechter moet bij zijn beslissing over de boete rekening houden met de omstandigheden waarin de beboete belastingplichtige verkeerde, maar dan op het moment van de uitspraak. Het is aan te raden om in bezwaar en beroep te komen tegen een boete, als sprake is van een slechte financiële positie. Betreft dit een onderneming, dan mag de Belastingdienst zakelijke belastingschulden (loonbelasting en BTW) niet buiten beschouwing laten bij het beoordelen van de financiële positie.

Bekijk of bezwaar maken tegen WOZ-waarde verstandig is
De WOZ-waarde van een woning werkt door in de inkomstenbelasting, de erf- en schenkbelasting, gemeentelijke belastingen en de vennootschapsbelasting. Door het grote belang ligt het daarom voor de hand om bezwaar te maken tegen de hoogte van de WOZ-waarde. Als het om de WOZ-waarde van een eigen woning gaat, is het niet altijd voordelig om bezwaar te maken. Als de woning in de verkoop staat is een hoge WOZ-waarde eerder een lust dan een last. De koper zal immers makkelijker een financiering kunnen krijgen als de WOZ-waarde wat hoger is.
[!] Sinds 1 oktober 2015 is het ook mogelijk om bezwaar en beroep in te stellen tegen een te lage WOZ-waarde.
[!] Bij een in gemeenschap van goederen gehuwd echtpaar hebben beide echtgenoten een eigen bezwaarmogelijkheid met betrekking tot de WOZ-beschikking van hun woning. Dewederhelft kan namelijk een zogeheten medebelanghebbendebeschikking aanvragen, ook al staat de WOZ-beschikking op naam van de andere echtgeno(o)t(e). Voor de medebelanghebbendebeschikking gaat dan een nieuwe bezwaartermijn lopen. Dit heeft de Hoge Raad beslist. Als de echtgenoot, op wiens naam de WOZ-beschikking staat, geen of te laat bezwaar heeft gemaakt, kan de andere echtgeno(o)t(e) toch nog tijdig in bezwaar en beroep komen tegen de WOZ-waarde.

Profiteer van hogere kinderopvangtoeslag vanaf 2016
De kinderopvangtoeslag gaat per 1 januari 2016 omhoog. Alle ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen, hebben profijt van deze verhoging. Hierdoor dalen immers de kosten van kinderopvang, waardoor het aantrekkelijker wordt gemaakt voor ouders om (weer) (meer) te gaan werken.
[!] Vanaf 2016 heeft het instellen van hoger beroep tegen uitspraken van een Rechtbank in zaken over toeslagen schorsende werking. Dit betekent dat te veel of ten onrechte betaalde (kinderopvang)toeslagen na een uitspraak van de Rechtbank nog niet direct hoeven te worden terugbetaald aan de Belastingdienst. Dit geldt voor uitspraken van de Rechtbank of de voorzieningenrechter die zijn gedaan op of na 1 januari 2016.

Fax een bezwaar- of beroepschrift alleen naar een opengesteld faxnummer
Een bezwaar- of beroepschrift moet binnen de daarvoor gestelde termijn worden ingediend. Doorgaans is dat zes weken. Zeker als die termijn heel dichtbij komt, wil het nog wel eens gebeuren dat het bezwaar- of beroepschrift wordt gefaxt naar het bestuursorgaan of de rechterlijke instantie. Het is daarbij van belang dat dit gebeurt naar een faxnummer dat voor het publiek is opengesteld. Wordt een faxnummer gebruikt dat niet is opengesteld, dan loopt met het risico dat het bestuursorgaan of de rechterlijke instantie vindt dat het bezwaar of het beroep niet op tijd is ingediend, waardoor het inhoudelijk niet meer kan worden beoordeeld.