Eindejaarstips 2016

Inhoudsopgave

Ondernemer en onderneming – eindejaarstips

Toets de meewerkaftrek of arbeidsbeloning van uw meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in uw onderneming, stel dan de vraag hoe u moet omgaan met de beloning voor de arbeid. In feite zijn er drie mogelijkheden:
– Meewerkaftrek: de meewerkaftrek is een aftrekpost die gelijk is aan een percentage van de winst. Het percentage hangt af van het aantal uren dat uw partner meewerkt.
– Arbeidsbeloning: deze beloning is aftrekbaar bij uw onderneming en belast bij uw partner. Als de beloning niet hoger is dan € 5.000, dan is de beloning niet aftrekbaar maar ook niet belast bij uw partner.
– Toetreding tot onderneming: door toetreding tot de onderneming wordt uw partner ondernemer. Uw partner kan dan mogelijk ook gebruik maken van de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling, de oudedagsreserve e.d.

Bepaal wat de mogelijkheden zijn voor uw situatie.

Bepaal welke investeringsaftrekken u kunt toepassen
Ondernemers kunnen, onder voorwaarden, de investeringsaftrek toepassen. Door de aftrek betaalt u minder belasting. De meest voorkomende vorm van investeringsaftrek is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Maar als u energiezuinig of milieuvriendelijk investeert dan komt u misschien in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of de milieu-investeringsaftrek (MIA).

[!] Voor de EIA en de MIA moet het bedrijfsmiddel nieuw zijn. Voor deze investeringsaftrekken moet de investering binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting worden gemeld, anders bestaat er geen recht op de investeringsaftrek. Voor de KIA hoeft het bedrijfsmiddel niet
nieuw te zijn.
[!] Als in de aangifte niet is verzocht om toepassing van de investeringsaftrek, dan kan binnen vijf jaar een verzoek tot ambtshalve vermindering worden gedaan om deze alsnog toe te passen.

Pas de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek toe
Als ondernemer kunt u een deel van de kosten van investeringen in aftrek brengen via de investeringsaftrek. De meest toegepaste investeringsaftrek is de KIA. Door de investeringsaftrek krijgt uw onderneming meer liquiditeit. Heeft u dus in 2016 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, kijk dan snel of u in aanmerking komt voor investeringsaftrek en claim deze in uw aangifte inkomstenbelasting.

[!]Er geldt een minimum aan investeringen van € 2.300 en een maximum van € 311.242. Verder komen niet alle bedrijfsmiddelen in aanmerking voor KIA. Zo vallen grond, goodwill en personenauto’s in principe niet onder de KIA. Bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 tellen ook niet mee. Voor de KIA hoeven de bedrijfsmiddelen niet nieuw te zijn.

Investering meer dan Investering max KIA
€ 2.300 € 0
€ 2.300 € 56.024 28% v/h bedrag v/d investeringen
€ 56.024 € 103.748 € 15.687
€ 103.748 € 311.242 € 15.687 minus 7.56% v/h deel v/d investeringen boven € 103.748
€ 311.242 € 0

Voorkom de desinvesteringsbijtelling
Heeft u de afgelopen vijf jaar de investeringsaftrek toegepast, en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer? Dan krijgt u misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van uw onderneming, waarover u dus een stukje van de eerdere aftrek terug moet betalen. Voor de desinvesteringsbijtelling geldt een drempel van € 2.300.
U krijgt te maken met de desinvesteringsbijtelling als een bedrijfsmiddel wordt vervreemd binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van de investering. Gaat u binnenkort over tot vervreemding van een bedrijfsmiddel? Stel deze dan uit tot na de vijfjaarsgrens.

[!] Het begrip vervreemding is ruimer dan alleen de verkoop van bedrijfsmiddelen.

Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraden af
Als uw onderneming activa heeft, dan moeten deze op de fiscale balans staan. Is de waarde hiervan lager, dan kan deze (binnen wet- en regelgeving) worden afgewaardeerd. Het afwaarderen van vorderingen, bedrijfsmiddelen of voorraden kan voor uw bedrijf een fiscale aftrekpost betekenen waardoor u minder belasting betaalt.

Beoordeel de hoogte van de winst
Uw bedrijf moet over de winst van het hele jaar belasting betalen. Nu het eind van het jaar in zicht is, heeft u misschien een beter idee over hoe hoog de winst wordt. Misschien blijkt nu dat u net in de volgende schijf voor de belastingheffing komt. Dan kunt u uiteraard overwegen om kosten naar voren te halen, zodat de te betalen belasting wordt verlaagd. Bijvoorbeeld door investeringen waarvoor u investeringsaftrek claimt.

Vraag om kort telefonisch uitstel van betaling
Heeft u belastingschulden en kunt u deze (tijdelijk) niet betalen? Dan hoeft dat nog geen groot probleem te zijn. De Belastingdienst verleent u namelijk, onder voorwaarden, tot vier maanden uitstel van betaling.
Voorwaarden zijn:
– de openstaande belastingschuld is minder dan € 20.000;
– er is geen dwangbevel opgelegd;
– de belastingschuld betreft niet (deels) een vergrijpboete;
– u heeft nog niet eerder uitstel van betaling gekregen voor deze belastingschuld;
– u heeft altijd op tijd aangifte gedaan.

[!] Er wordt overigens wel invorderingsrente berekend.

Vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen
Ga na of u dit jaar bedrijfsmiddelen heeft verkocht en daar winst mee heeft behaald. Als dat zo is, dan moet u belasting betalen over deze winst. Onder voorwaarden kunt u de winst reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR) waardoor u geen belasting betaalt over de winst. U moet dan wel binnen drie jaar herinvesteren. Belangrijk is dat u uiterlijk aan het eind van het boekjaar waarin het bedrijfsmiddel is vervreemd, een herinvesteringsvoornemen heeft. In de volgende jaren moet dit herinvesteringsvoornemen aanwezig blijven.
U moet het voornemen hebben om te herinvesteren in:
– een bedrijfsmiddel dat economische en zelfde functie inneemt in het ondernemingsvermogen;of
– bedrijfsmiddelen die in niet meer dan tien jaar worden afgeschreven.

[!] U moet het herinvesteringsvoornemen aannemelijk maken, bijvoorbeeld via offerten die u opvraagt, via zoekopdrachten e.d. Als u dit voornemen niet aannemelijk kunt maken, dan kan de HIR niet worden gevormd.

Bewaak de herinvesteringstermijn
Als u een herinvesteringsreserve heeft gevormd, dan blijft deze in principe maximaal drie jaar in stand. Doet u binnen die tijd geen herinvestering, dan valt de herinvesteringsreserve belast vrij en moet u hier alsnog belasting over betalen. Bewaak de herinvesteringstermijn dus en herinvesteer op tijd. Voor een herinvesteringsreserve die in 2013 is gevormd, moet u uiterlijk 31 december 2016 een herinvestering doen.

[!] Om te kunnen spreken van een herinvestering, is het al voldoende om een verplichting aan te gaan. Er hoeft dus niet te worden gewacht tot het bedrijfsmiddel is afgeleverd.
[!] Onder bijzondere omstandigheden kan de termijn om te herinvesteren worden verlengd.

Schrijf willekeurig af
Als ondernemer moet u bedrijfsmiddelen afschrijven vanwege de waardevermindering. Deze afschrijving is aftrekbaar van de winst. Bepaal of u gebruik kunt maken van de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving. Zo bestaat de mogelijkheid van willekeurige afschrijving voor milieu- investeringen, maar ook voor startende ondernemers.

[!] Investeringen in bedrijfsmiddelen die op de milieulijst staan, komen (behalve voor de MIA) ook in aanmerking voor willekeurige afschrijving.
In 2016 kunnen startende ondernemers over hun investeringen tot maximaal € 311.242 willekeurig afschrijven.

Voorkom verliesverdamping
Als u in het verleden verliezen heeft geleden met uw onderneming, dan kunt u deze nu misschien nog salderen met winst die u in 2016 maakt. Dit kan namelijk niet onbeperkt, maar alleen met de winsten van de volgende negen jaren. Daarna vervallen de verliezen. Heeft u nog openstaande (niet-verrekende) verliezen, dan zijn er mogelijkheden om de verdamping van deze verliezen te voorkomen. Zo kunt u stille reserves realiseren. Wees vooral ook kritisch bij het bepalen van het tijdstip waarop winst wordt genomen.

Creëer liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening
Als uw onderneming beschikt over liquide middelen die ook echt nodig zijn, dan is het nodig om deze in de onderneming te behouden. Verwacht u dat de onderneming in 2016 een verlies heeft, laat dan uw voorlopige aanslag 2016 op nihil stellen. Hiermee voorkomt u dat u te veel betaalt.
Als het boekjaar is afgelopen, dan kunt u bij het indienen van de aangifte een verzoek doen om een voorlopige verliesverrekening. Daardoor kunt u al 80% van het aangegeven verlies benutten. Met andere woorden, heeft u in 2015 winst gemaakt en in 2016 verlies? Vraag dan snel een voorlopige verliesverrekening aan.

[!] De voorlopige verliesverrekening leidt op korte termijn tot meer liquiditeiten. De voorlopige verliesverrekening wordt later wel verrekend met de definitieve verliesverrekening.

Denk aan uw oude dag
Als ondernemer kunt u een deel van de winst inzetten voor uw oude dag. Daarmee hoeft u niet te wachten tot het moment waarop u van uw oude dag wilt genieten, maar kan nu al. U kunt 9,8% van de winst, maar maximaal € 8.774, reserveren in een oudedagsreserve. Er gelden wel voorwaarden, bijvoorbeeld dat u voldoet aan het urencriterium en nog niet de AOW- gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Over het deel van de winst dat u toevoegt aan de oudedagsreserve betaalt u nu geen belasting.

[!] Als u de oudedagsreserve niet aanwendt voor de aankoop van een lijfrenteproduct dan betaalt u uiterlijk bij staking van uw onderneming belasting over de oudedagsreserve.

Oudedagsvoorziening buiten de onderneming
Als ondernemer kunt u een oudedagsvoorziening opbouwen in de onderneming (de oudedagsreserve). U bent natuurlijk niet verplicht om binnen de onderneming een oudedagsvoorziening op te bouwen. Als u dat wilt, kan dit dus ook buiten de onderneming. Bijvoorbeeld via een lijfrente die u bij een bank of verzekeraar aankoopt.

Maak gebruik van specifieke regelingen voor de startende ondernemer
Als startende ondernemer kunt u mogelijk gebruik maken van bijzondere fiscale regelingen. Dit kan u fiscaal voordeel brengen. Denk bijvoorbeeld aan:
– een soepeler urencriterium. Registreer de uren goed om de ondernemersfaciliteiten te kunnen benutten;
– een verhoogde zelfstandigenaftrek;
– een verhoogde aftrek speur- en ontwikkelingswerk;
– willekeurige afschrijving voor startende ondernemers.

Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe
Valt uw onderneming onder de vennootschapsbelasting, dan kunt u mogelijk de innovatiebox toepassen. Ook andere fiscale stimuleringsmaatregelen kunnen veel liquiditeiten opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O- regeling).

Beperk de uitsluiting van de aftrek van gemengde kosten
In 2016 zijn gemengde kosten tot € 4.500 niet aftrekbaar. U kunt er echter voor kiezen om dit bedrag te vervangen door een beperking van de aftrek van kosten tot 73,5%. Bereken daarom goed wat het meest voordelig is in uw situatie.

[!] Vanaf 2017 geldt een percentage van 80 i.p.v. 73,5.

Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen
Als uw onderneming onder de vennootschapsbelasting valt, dan moet de aangifte vennootschapsbelasting in euro’s worden gedaan. Maar als de onderneming de jaarrekening opmaakt in een andere functionele valuta, dan kan ook in die valuta aangifte worden gedaan. Daarmee kunt u ervoor zorgen dat valutaresultaten niet meer van invloed zijn op de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting. Als u vanaf 1 januari 2017 gebruik wilt maken van de regeling voor functionele valuta, dan moet u vóór 1 januari 2017 een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Als u kiest voor de regeling voor functionele valuta, dan geldt die regeling in principe voor tien jaar.

Benut uw houdsterverliezen
Een onderneming die valt onder de vennootschapsbelasting kan de verliezen normaal verrekenen met de winst van het voorgaande jaar en de winsten in de negen volgende jaren. Let op dat er een speciale regeling/beperking geldt voor houdsterverliezen. Benut deze voor ze verdampen.

Voorkom verliesverdamping
Als uw bv in het verleden een verlies heeft geleden, dan is dat verlies beperkt in de tijd verrekenbaar met toekomstige winsten. Verliezen zijn voor de vennootschapsbelasting (één jaar naar het verleden en) negen jaar in de toekomst verrekenbaar. Dat betekent dat verliezen van 2007 na 2016 niet meer verrekenbaar zijn. Heeft uw bv nog verliezen uit 2007, zorgt u er dan voor dat deze nog worden verrekend in 2016.

Stel altijd een goede leningsovereenkomst op
De laatste jaren is er veel discussie over de duiding van leningen tussen vennootschappen. Als er sprake is van een onzakelijke lening, dan kan dat grote negatieve gevolgen hebben. Een onzakelijke lening wordt geacht te zijn verstrekt onder voorwaarden die alleen een aandeelhouder zou overeenkomen. Dit is bijvoorbeeld een lening zonder voldoende zekerheden voor de schuldeiser. Als er sprake is van een onzakelijke lening, dan is een afwaarderingsverlies op die lening niet aftrekbaar.
Om te voorkomen dat een lening als onzakelijk wordt aangemerkt, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorgt u voor een leningsovereenkomst met voldoende zakelijke voorwaarden waaronder de lening is aangegaan. Dit geldt uiteraard ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder.

Ga een fiscale eenheid aan en haal voordeel
Een fiscale eenheid vennootschapsbelasting kan uw onderneming (fiscale) voordelen bieden. Eén van de voordelen is dat tijdens de fiscale eenheid, de onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet worden gezien. Over de hierop behaalde winst is daarom geen belasting verschuldigd. Verder zijn verliezen van de verschillende maatschappijen met elkaars winst te verrekenen. Bepaal dus of een fiscale eenheid nuttig kan zijn. Wilt u met ingang van 1 januari 2017 een fiscale eenheid aangaan, zorgt u er dan voor dat u dit tijdig doet.

[!] Het verzoek om een fiscale eenheid wordt met maximaal drie maanden ‘terugwerkende kracht’ toegekend. Hier moet wel om worden verzocht. Dus als de fiscale eenheid op 1 januari 2017 moet ingaan, dan moet het verzoek vóór 1 april 2017 zijn ingediend.

Zorg voor een goede verrekeningsovereenkomst tussen de fiscale eenheidsmaatschappijen
Binnen een fiscale eenheid vennootschapsbelasting moet de verschuldigde vennootschapsbelasting worden verdeeld tussen de betreffende maatschappijen. Let erop dat deze verrekening optimaal gebeurt en leg de wijze van verrekening vast in een overeenkomst.

Ga een fiscale eenheid aan met een buitenlandse moedermaatschappij of tussenhoudster
U kunt een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting ook aangaan bij internationale concerns. Het hoeft dus niet een ‘binnenlandse’ fiscale eenheid te zijn, maar het is ook mogelijk om een internationale fiscale eenheid aan te gaan:
– als een Nederlandse moedermaatschappij via een EU- dochtermaatschappij, de aandelen houdt in een Nederlandse kleindochtermaatschappij;
– tussen twee Nederlandse zustermaatschappijen met een moedermaatschappij die is gevestigd in een EU- of EER-lidstaat.

[!] Ook voor ‘buitenlandse’ situaties kan op verzoek met maximaal drie maanden ‘terugwerkende kracht’ een fiscale eenheid worden aangegaan.

Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen
Als u een fiscale eenheid vennootschapsbelasting heeft, dan biedt deze wellicht veel voordelen. Let er echter op dat deze ook nadelen kan hebben. Gaat het slecht met een van de entiteiten, dan kan de onderlinge verliesverrekening voordelig zijn. De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid is voor een dergelijke maatschappij echter een groot nadeel. Deze nadelen worden, voor toekomstige schulden, vermeden door verbreking van de fiscale eenheid.

[!] Het verzoek om verbreking van de fiscale eenheid moet zijn gedaan vóór het gewenste moment van verbreking. Dus als een fiscale eenheid per 1 januari 2017 moet verbreken, dan moet het verzoek hiertoe op 31 december 2016 zijn gedaan. Het verbreken van een fiscale eenheid kan fiscale gevolgen hebben.

Ontvoeg maatschappijen en haal tariefvoordeel
Als u een fiscale eenheid verbreekt, dan kunt u misschien meerdere malen gebruik maken van het tariefsopstapje. Per maatschappij kan dit een voordeel opleveren van € 10.000. Bepaal daarom of de nadelen van zelfstandige belastingplicht groter zijn dan de voordelen van de fiscale eenheid en ontvoeg eventueel maatschappijen.

Aangaan en verbreken van een fiscale eenheid in één jaar
Als u in de loop van een boekjaar een fiscale eenheid bent aangegaan, dan kan het (afhankelijk van de behaalde resultaten) voordelig zijn om de fiscale eenheid nog datzelfde boekjaar te verbreken. Dan wordt de fiscale eenheid namelijk geacht niet te hebben bestaan.

Bepaal de rechtsvorm van uw onderneming
Bij ondernemers die onder de inkomstenbelasting vallen, is de winst effectief belast tegen maximaal 44,72%. Door allerlei faciliteiten komt de belastingdruk vaak nog lager uit.
Als het gaat om een bv, dan bedraagt de gecombineerde inkomsten- en vennootschapsbelastingdruk, na aftrek van het loon van de dga, 40% – 43,75%. Het loon van de dga wordt echter belast tegen maximaal 52%. De totale belastingdruk in een bv is vaak hoger dan voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Bepaal dus goed welke rechtsvorm u liever heeft.
Betrek ook niet-fiscale aspecten bij uw afweging.

Wijzig uw boekjaar
Overweeg een wijziging van het boekjaar. Misschien kunt u naast administratieve voordelen ook fiscale voordelen halen, bijvoorbeeld een langere termijn om te herinvesteren of tariefvoordelen. Beoordeel voor het einde van het jaar of uw boekjaar gewijzigd moet worden. Als u dat wilt, dan moet u het besluit hiervoor sowieso nog voor het einde van het boekjaar nemen.

Doe een teruggaafverzoek voor bronbelasting bij dividenden, rente of royalty’s
Ontvangt u dividend, rente of royalty’s vanuit het buitenland? Dan wordt op de uitbetaling hiervan belasting ingehouden. U kunt een verzoek indienen voor de teruggave van de teveel ingehouden belasting.
Het belastingverdrag bepaalt hoeveel belasting u terugkrijgt. Let er wel op dat u het verzoek om teruggave van de ingehouden belasting op tijd doet. Onder de meeste verdragen moet het verzoek binnen drie jaar na het jaar van ontvangst worden gedaan. Vraag daarom de in 2013 ingehouden belasting nog voor het eind van dit jaar (2016) terug.
De termijn voor het terugvragen van de bronbelasting kan overigens per specifiek geval anders zijn.
Vraag de bronbelasting wel terug. Doet u dit namelijk niet, dan kunt u de niet- teruggevraagde bronbelasting niet verrekenen in uw aangifte.

Vraag uw EU-btw over 2016 terug
Bent u ondernemer voor de btw en bent u in Nederland gevestigd? Verricht u ook met btw belaste prestaties? Dan kunt u de aan u gefactureerde btw voor zakelijke uitgaven in de periodieke aangifte verrekenen als voorbelasting. De teruggaaf van btw op facturen uit een andere EU-lidstaat moet u via een ‘portal’ van de Belastingdienst doen. Voor btw over 2016 moet u dit verzoek vóór 1 oktober 2017 (laten) doen. Er geldt een drempel van € 50 per jaar. De Nederlandse Belastingdienst stuurt uw verzoek door naar de betreffende EU-lidstaat. Doe het verzoek op tijd, want anders wordt dit misschien niet in behandeling genomen.

[!] Het is ook mogelijk om de buitenlandse btw gedurende het jaar terug te vragen. Het verzoek moet dan zien op een periode van ten minste 3 maanden en de teruggave moet ten minste € 400 zijn.

Let op de herzieningstermijn
Heeft u in het verleden onroerende zaken aangeschaft en de btw hierop (deels) in aftrek gebracht? Realiseer u dat deze btw gedurende tien jaar jaarlijks wordt ‘herzien’ als u die onroerende zaak meer of minder gaat gebruiken voor btw-belaste prestaties. Heeft u de onroerende zaak in 2016 gebruikt voor prestaties waarvoor geen recht op aftrek bestaat en heeft u alle btw in aftrek gebracht? Dan moet u de herzienings-btw aangeven bij de laatste aangifte van het boekjaar. Andersom geldt dit ook. Heeft u de onroerende zaak in 2016 gebruikt voor prestaties waarvoor wel recht op aftrek bestaat en heeft u de btw niet in aftrek gebracht? Dan heeft u recht op teruggaaf van de herzienings-btw. Ook deze teruggaaf moet in de laatste aangifte van het boekjaar worden gedaan.

[!] Hetzelfde geldt voor roerende zaken waarop wordt/kan worden afgeschreven, maar daarbij is de herzieningstermijn vijf jaar.

Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug
Heeft u over 2016 cliënten die uw facturen niet meer zullen betalen? De btw op de facturen heeft u als het goed is al betaald aan de Belastingdienst. Die btw kunt u terugvragen van de Belastingdienst. Vraag de btw op tijd terug: binnen één maand na afloop van het aangiftetijdvak waarin u weet dat uw cliënt niet zal betalen.

[!] Pas op met afspraken met uw cliënt over de voldoening van de factuur. Afspraken kunnen tot gevolg hebben dat de vordering wordt omgezet in een lening. Dan wordt een verzoek tot teruggaaf van de btw niet toegekend.
In 2017 worden de regels overigens iets anders.

Ga na of uw huurder nog kwalificeert voor aftrekgerechtigdheid
Als u onroerende zaken met btw verhuurt, dan moet de huurder voldoende met btw belaste prestaties verrichten. Hij moet de btw voor 90% of meer aftrekken (soms 70%). Ga steeds na of de huurder wel voldoet aan die eis, want anders mag u niet met btw aan hem verhuren. Dit heeft ook gevolgen voor de btw die u zelf moet betalen aan anderen. Deze is dan niet meer aftrekbaar.

[!] Vraag uw huurder om binnen vier weken na 2016 schriftelijk aan u te verklaren dat hij het gehuurde pand ten minste 90% zakelijk (heeft) gebruikt.

BTW-ondernemer: pas de KOR toe
Bent u ondernemer voor de btw? Ga dan na hoeveel btw u in een jaar moet afdragen. Als dat minder is dan € 1.883, dan kunt u in aanmerking komen voor belastingvermindering of hoeft u misschien helemaal geen btw te betalen. U kunt dan de kleine ondernemersregeling (KOR) toepassen.
Let goed op als u goederen voor uw onderneming in het buitenland inkoopt. De btw hierop moet u in uw btw-aangifte aangeven als verwerving en vervolgens kunt u die btw ook aftrekken als voorbelasting. Die verschuldigde btw hoeft echter niet mee te nemen voor de berekening van de KOR.
Als u aan de voorwaarden voldoet, dan kunt u een verzoek doen om de te worden ontheven van administratieve verplichtingen. Dit verzoek moet u wel vóór 1 januari 2017 doen.

[!] U kunt de KOR alleen toepassen als u natuurlijk persoon bent. Een bv bijvoorbeeld kan de KOR dus niet toepassen.

Betaal brandstof met de bedrijfspas
Heeft u een auto van de zaak? Betaal de brandstofkosten hiervoor dan altijd met uw tankpas, pinpas of creditcard als u tankt met uw auto van de zaak. Als u namelijk contant betaalt, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst stelt dat u geen recht heeft op btw-aftrek voor de btw op de brandstofkosten. Omdat de Belastingdienst dan niet kan nagaan wie de betaling heeft gedaan, kan de btw-aftrek worden geweigerd. Dit geldt ook als duidelijk is dat met de brandstof niet privé is gereden.
Heeft u personeel in dienst, dan geldt hetzelfde. Laat hen betalen met een pas die op naam van het bedrijf staat!

Bewaar uw administratie lang genoeg
U bent wettelijk verplicht uw administratie ten minste 7 jaar te bewaren. In sommige situaties bestaat er een langere bewaartermijn. Denk bijvoorbeeld aan de gegevens van onroerende zaken. Voor onroerende zaken geldt namelijk een herzieningstermijn van 10 jaar. Na de bewaartermijn kunt u alles vernietigen. Let erop dat er geen privacygevoelige informatie naar buiten komt.

Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw
Bestaat er tussen uw houdster-bv en de werkmaatschappij een fiscale eenheid btw? En worden de aandelen van de werkmaatschappij verkocht? De fiscale eenheid btw verbreekt dan. Meld dit bij de Belastingdienst. Anders blijft de houdster-bv hoofdelijk aansprakelijk voor de btw van de werkmaatschappij, ook de btw-schuld die ná de verkoop is ontstaan.

Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte
Als u als btw-ondernemer in privé gebruik maakt van zaken van de onderneming, dan moet hiervoor btw worden gerekend over het privégebruik. Dit privégebruik moet worden verwerkt in de laatste btw- aangifte van het jaar. Enkele veelvoorkomende posten waar u aan kunt denken:
– correctie voor privégebruik van een woning;
– correctie voor gas, water en elektra;
– correctie voor gebruik door de ondernemer van tot het bedrijf behorende goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden;
– correctie voor privégebruik van de auto.

[!] De btw op aanschaf, onderhoud en gebruik van een zakelijke auto kunt u aftrekken, uiteraard voor zover de auto wordt gebruikt voor met btw- belaste activiteiten. Bij privégebruik moet er rekening worden gehouden voor btw daarover.
[!] Voor het privégebruik kan worden uitgegaan (als er geen administratie is waaruit het werkelijke privégebruik blijkt) van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en btw. Woon-werkverkeer wordt gezien als privégebruik. Na afloop van het vierde jaar volgende op het jaar waarin u de auto bent gaan gebruiken, mag u uitgaan van 1,5%. Datzelfde geldt voor auto’s die zijn aangeschaft zonder dat daarbij btw-aftrek heeft plaatsgevonden (marge-auto’s).

Corrigeer eerdere btw-aangiften
Heeft u uw btw-aangiften allemaal ingediend? Moet u nu een correctie maken? Dan kunt u deze btw-correctie in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting verwerken. Voorwaarde is wel dat de btw-correctie niet hoger is dan € 1.000. Gaat het om een grotere correctie, dan moet u een suppletie doen.

Verzoek om een ambtshalve teruggaaf
Heeft u de afgelopen jaren te veel btw afgedragen (of te weinig btw teruggevraagd)? Dan kunt u nog een verzoek om teruggaaf indienen (ambtshalve vermindering). Bepaal snel, maar in ieder geval voor het eind van het jaar, of u hiermee te maken heeft. De Belastingdienst moet uw verzoek om ambtshalve vermindering namelijk ontvangen voor de vijfjaarstermijn voorbij is.

Doe een suppletie btw zo snel mogelijk
Als u weet dat u een btw-suppletie moet indienen, doe dit dan zo snel mogelijk. Als de suppletie een te betalen bedrag betreft, wacht hier dan niet te lang mee, want anders kan de Belastingdienst u een boete opleggen.

Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren
De Belastingdienst controleert op nog openstaande btw-schulden uit eerdere jaren. Als er op de balans nog een te betalen btw-bedrag staat die nog niet via een suppletie is betaald, dan kan de Belastingdienst een controle uitvoeren en zelfs een naheffingsaanslag opleggen.
Via beleid van de Belastingdienst kunnen ondernemers met een btw- schuld van meer dan € 50.000 zelfs een boekenonderzoek krijgen.

Wees kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf
De regels over belastingrente zijn de afgelopen jaren flink gewijzigd. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente momenteel erg hoog, voor de inkomstenbelasting minimaal 4% en voor de vennootschapsbelasting zelfs minimaal 8%. U moet dus kritisch zijn bij uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf.
Voor belastingjaren vanaf 2012 vindt de berekening van belastingrente plaats vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar. Wees daarom kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggave. Dient u vooral voor 1 mei 2017 een verzoek in om een voorlopige aanslag over 2016 te betalen. Dan hoeft u geen belastingrente te betalen voor de belasting waar het om gaat.
Heeft u recht op een voorlopige teruggaaf 2016, dan krijgt u pas belastingrente vergoed als de (voorlopige) aanslag op of na 1 juli 2017 wordt opgelegd en de Belastingdienst traag is met het afwikkelen van uw verzoek tot teruggaaf. Hierdoor wordt in veel gevallen geen rente meer vergoed op een uitgestelde teruggaaf.

DGA; werkgever en werknemer – eindejaarstips

Beoordeel uw verzekeringsplicht
Sinds 1 januari 2016 gelden er nieuwe regels voor de verzekeringsplicht van de dga voor de werknemersverzekeringen. Misschien heeft u te maken gekregen met een nieuwe behandeling, dus bent u nu wél verzekeringsplichtig geworden, of juist niet. Misschien is uw feitelijke situatie in 2016 veranderd. Laat daarom zo snel mogelijk uw verzekeringsplicht opnieuw beoordelen.

Check de werkkostenregeling!
Als werkgever heeft u (al enkele jaren) te maken met de werkkostenregeling. Daarbinnen mag u (maximaal) 1,2% van het totale fiscale loon (vrije ruimte) van al het personeel besteden aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan het personeel. Hierover hoeft u geen loonbelasting te betalen. Over het bedrag daarboven geldt 80% eindheffing. Deze zaken moeten wel worden aangewezen als eindheffingsloon.
Houd rekening met het gebruikelijkheidscriterium. Vergoedingen en verstrekkingen mogen maximaal 30% afwijken van wat er in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het moet dus gebruikelijk zijn dat uw werknemer vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van een bepaalde omvang belastingvrij krijgt en dat u de loonbelasting/premie volksverzekeringen via de eindheffing voor uw rekening neemt.

[!] De Belastingdienst past een doelmatigheidsmarge toe: vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot maximaal € 2.400 per persoon per jaar worden als gebruikelijk gezien. Als de vrije ruimte dit toelaat, kunt u hier dus zonder meer vanuit gaan.
[!] Heeft u nog vrije ruimte over in dit jaar? Benut deze dan vooral nog dit jaar, want u kunt deze niet doorschuiven naar het volgende jaar.
[!] Voor sommige zaken gelden vrijstellingen en nihilwaarderingen. Hierover is geen loonbelasting verschuldigd. Het verschil is dat deze niet ten koste van de vrije ruimte gaan.
[!] Wordt de vrije ruimte overschreden, pas dan de concernregeling toe. Dan ontstaat er in feite een gezamenlijke vrije ruimte tussen de concernmaatschappijen die uitgewisseld kan worden.

Keer dividend uit in plaats van loon
Als u dit jaar nog een extra beloning zou willen uit/van de bv, dan kunt u eraan denken om extra loon (bonus) uit te betalen. Overweeg echter om dividend uit te keren in plaats van loon, dit is fiscaal gunstiger. Over extra loon moet u namelijk maximaal 52% inkomstenbelasting betalen terwijl u over een dividenduitkering gecombineerd maximaal circa 44% belasting betaalt.

[!] Ga na of aan de uitkeringstoets wordt voldaan.
[!] Een alternatief is een deel van het aanwezige kapitaal onbelast uit te keren.

Beoordeel de toepassing van de DBA
De Verklaring arbeidsrelatie (VAR) is afgeschaft. Nu geldt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Onder voorwaarden hoeft u geen loonheffingen in te houden en af te dragen. Uw opdrachtnemer en u hebben dan bij voorkeur een door de Belastingdienst goedgekeurde (model)overeenkomst afgesloten. Ga nog voor het eind van het jaar na in hoeverre er sprake is van zelfstandigheid van uw opdrachtnemer om een aanvullende aangifte loonheffingen te voorkomen.

[!] Het is niet verplicht om een (model)vereenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen en goedgekeurd te krijgen. Dit kan echter wel verstandig zijn. Als u een goedgekeurde (model)overeenkomst heeft, werk dan altijd volgens de voorwaarden van de overeenkomst.

Beëindig uw pensioenopbouw in eigen beheer
Bouwt u nog pensioen in eigen beheer op? Vanaf 1 april 2017 is dit niet meer fiscaal toegestaan. U moet uw pensioen in eigen beheer uiterlijk 31 maart 2017 premievrij maken. Hiervoor moet u twee documenten opstellen: notulen van de vergadering van aandeelhouders en een addendum op de pensioenovereenkomst.

[!] Let op: Het niet (tijdig) beëindigen van het pensioen in eigen beheer leidt tot een zware fiscale sanctie. De waarde in het economische verkeer van het pensioen wordt dan aangemerkt als loon. Hierover is (maximaal) 52% loon- en inkomstenbelasting en 20% revisierente verschuldigd.

Beoordeel uw extern verzekerd pensioen
Bent u directeur-grootaandeelhouder en heeft u (via uw bv) pensioen extern verzekerd? Dan heeft u onder voorwaarden de mogelijkheid om het externe opgebouwde pensioenkapitaal over te dragen aan uw bv. Per 1 april 2017 is dit niet meer mogelijk. U moet dus op korte termijn overwegen of het interessant is om het extern pensioen terug te halen naar de BV. Uiterlijk 31 maart 2017 dient een dergelijk verzoek door de verzekeraar te zijn ontvangen.

Oriënteer u alvast op de uitfaseringsmogelijkheden van pensioen in eigen beheer
Heeft u pensioen in eigen beheer opgebouwd? Dan moet u in de komende 3 jaar een keuze maken over de afwikkeling van het pensioen in eigen beheer. Daarvoor krijgt u drie mogelijkheden. U kunt allereerst het pensioen in eigen beheer afkopen met een belastingkorting. Daarnaast kunt u het pensioen in eigen beheer omzetten in de nieuwe oudedagsverplichting. Ten slotte kan het pensioen in eigen beheer premievrij worden voortgezet. Oriënteer u nu al op de uitfaseringsmogelijkheden van het pensioen in eigen beheer.

Beoordeel uw (gebruikelijk) loon
Als DGA wordt u geacht ten minste een ‘gebruikelijk’ loon te hebben. Uw gebruikelijk loon is gelijk aan het hoogste van de drie volgende bedragen:
– 75% van het loon uit de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’;
– het hoogste loon van de overige werknemers van de onderneming of de daarmee verbonden lichamen;
– € 44.000;

Onder voorwaarden kunt u een lager gebruikelijk loon hanteren. Bepaal nu het gebruikelijk loon voor 2016.

[!] Vanaf 1 januari 2017 wordt de gebruikelijkloonregeling versoepeld voor start-ups die zich bezig houden met speur- en ontwikkelingswerk en worden gezien als starter voor de S&O-afdrachtvermindering.

Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel
Stelt u de bestelauto’s van de zaak ter beschikking aan uw personeel? Dan krijgen de werknemers te maken met een bijtelling voor privégebruik. Deze bijtelling kan echter worden voorkomen. U moet dan wel met de werknemer een overeenkomst sluiten dat de werknemer de bestelauto niet privé mag gebruiken. Daarbij moet u het privégebruik ook onmogelijk maken en moet u het autogebruik ook controleren.
Als de bestelauto’s doorlopend afwisselend worden gebruikt en het privégebruik per werknemer niet te bepalen is, dan kunt u kiezen voor eindheffing van € 300 per bestelauto.

Sluit uw lening over bij de eigen bv
Heeft u een lening bij een bank en heeft u ook een eigen bv? Dan kunt u de lening misschien beter onderbrengen bij uw eigen bv. Dit kan u geld opleveren ten opzichte van de huidige situatie. Belangrijk is wel dat de bv voldoende geld heeft om ook nog te gebruiken voor de onderneming. De bv en u moeten wel voldoende zakelijk handelen, maar ook dan kan herfinanciering voordelig zijn.

[!] U kunt ook een lening die u bent aangegaan voor uw eigen woning oversluiten bij de eigen bv.

Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd
De dga en de bv worden nogal eens als één gezien. Strikt genomen is dat natuurlijk niet zo. Dat betekent dat alle overeenkomsten tussen de bv en de dga ook schriftelijk moeten worden vastgelegd. Ga daarom na of alle overeenkomsten (arbeidsovereenkomst, pensioenovereenkomst, leningovereenkomst e.d.) schriftelijk zijn vastgelegd.

Wissel uw auto van de zaak nog
Op 1 januari 2017 verandert er het een en ander voor de bijtelling van de auto van de zaak. Het kan aantrekkelijk zijn om van auto te wisselen. Bepaal goed of u dat al in 2016 doet of dat u juist wacht tot in 2017. Beoordeel of het voordelig is om een lopend leasecontract af te kopen. Dit kan zowel de werkgever als de werknemer geld opleveren.

Eerste kenteken in 2016 Percentage van de cataloguswaarde
CO2-uitstoot per kilometer
0 gram 4%
1 t/m 50 gram 15%
51 t/m 106 gram 21%
Meer dan 106 gram 25%
Eerste kenteken in 2017 Percentage van de cataloguswaarde
CO2-uitstoot per kilometer
0 gram 4%
Meer dan 0 gram 22%

Uit de overzichten hiervoor blijkt dat het verstandig kan zijn om dit jaar nog een hybride auto aan te schaffen en op kenteken te krijgen. Dit zou dan een bijtelling van 15% kunnen inhouden. Wordt de auto pas in 2017 op kenteken gezet, dan is de bijtelling 22%.

Zorg voor een verklaring geen privé gebruik auto
Als u een auto ook voor privé ter beschikking gesteld heeft gekregen, dan krijgt u een bijtelling. Rijdt u op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé dan kunt u de Belastingdienst vragen om een ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Daarmee wordt de auto niet tot uw loon gerekend.

Maak vanaf 2017 gebruik van het LIV
Vanaf 1 januari 2017 kunt u als werkgever een vergoeding krijgen om bijvoorbeeld mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Deze LIV (lage-inkomensvoordeel) is een fiscale subsidie voor het in dienst hebben van mensen die een salaris hebben tot maximaal 120% van het wettelijk minimumloon.

[!] Het voordeel op de loonkosten per in dienst genomen werknemer is maximaal € 2.000 per jaar.

Privé – eindejaarstips

Schommelende inkomsten? Vraag belasting terug via middeling
Heeft u in opeenvolgende jaren te maken met wisselende inkomsten in box 1? Misschien heeft u dan wel meer belasting betaald over die perioden dan wanneer de inkomsten gelijkmatig zouden zijn verdeeld. U kunt dan misschien belasting terug krijgen via ‘middeling’. Dit houdt in dat u over een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren uitgaat van gemiddelde inkomsten. Voor een teruggaaf geldt wel een drempel: € 545. Bepaal dus of middeling voor u een fiscaal voordeel oplevert.

[!] U krijgt de middeling niet automatisch. U moet zelf een verzoek voor middeling doen bij de Belastingdienst, met daarbij een berekening van de middelingsteruggaaf. De definitieve aanslagen van de betreffende jaren moeten al zijn opgelegd. Het verzoek moet binnen 36 maanden na de laatste definitieve aanslag worden ingediend.

Betaal de premie voor uw lijfrente op tijd
Heeft u een lijfrente? Zorgt u er dan voor dat u de lijfrentepremie op tijd betaalt. De premies die u betaalt, zijn namelijk aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Om de premie in 2016 in box 1 in aftrek te kunnen brengen, moet u deze uiterlijk op 31 december 2016 hebben betaald. Nog een belangrijke voorwaarde is dat er wel voldoende jaarruimte c.q. reserveringsruimte is. Met andere woorden, u moet een pensioentekort hebben.

Gaat het om een lijfrente voor de staking van een onderneming, dan is er meer tijd, dan moet de premie vóór 1 juli 2017 zijn betaald om deze nog in 2016 in aftrek te kunnen brengen.

[!] U kunt uiteraard ook kiezen voor een lijfrenterekening bij een bank in plaats van een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar.

Lijfrente afgekocht? Vraag teveel betaalde belasting terug!
Heeft u in de afgelopen jaren een lijfrente afgekocht? Ga dan na over welke waarde u belasting heeft betaald. Is dat over de betaalde premies in plaats van de lagere afkoopwaarde? Dan kunt u misschien wel een belastingteruggave krijgen. De wet is namelijk al eerder gewijzigd. U kunt via een verzoek om een ambtshalve vermindering nog een teruggave krijgen voor het jaar 2011. Doe dat wel snel, want het moet nog dit jaar.

Koop uw kleine lijfrente af
Heeft u in het verleden een lijfrente afgesloten en valt het rendement op de polis tegen? Overweeg dan om de polis af te kopen. Dit kan soms zonder dat u revisierente (20%) moet betalen. U betaalt alleen inkomstenbelasting in box 1.

[!] Om de revisierente te voorkomen, mag de waarde van de af te kopen lijfrente in 2016 niet meer zijn dan € 4.303. De waarde van alle polissen bij dezelfde verzekeringsmaatschappij moeten bij elkaar worden geteld.

Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen
Heeft u nog een oude lijfrente van vóór 1 januari 1992 (Brede Herwaardering)? Dan kunt u verschillende keuzes maken voor deze lijfrente. De regels voor deze oude lijfrenten zijn namelijk heel flexibel. Zo mag u kiezen om de uitkeringen uit de verzekering ook aan anderen te laten toekomen. Daarbij kunt u kiezen voor een uitkering ineens en voor uitkeringen in termijnen.

Betaal de rente voor uw eigen woning vooruit
Heeft u een eigen woning en een eigenwoningschuld. Dan is de rente op die lening aftrekbaar. U kunt in 2016 de eigenwoningrente aftrekken die u in 2016 betaalt. Heeft u dit jaar meer inkomen, dan kunt u overwegen om rente voor de eerste zes maanden van 2017 al in 2016 te betalen, zodat u die rente nu ook al kunt aftrekken. Bijkomend voordeel: op 1 januari 2017 hoort de rente die u al heeft betaald niet meer tot uw vermogen zodat u hier geen belasting in box 3 over hoeft te betalen.

Los uw (kleine) hypotheek af
Heeft u een eigen woning en nog maar een kleine eigenwoningschuld? Dan kunt u overwegen om deze (gedeeltelijk) af te lossen. Dan brengt u geen rente meer in aftrek, maar krijgt u ook niet meer te maken met het eigenwoningforfait. Aflossing is al gunstig als de te betalen rente daardoor lager is dan de bijtelling van het eigenwoningforfait. U hoeft niet de hele schuld af te lossen, hoewel dat wel meer voordeel kan opleveren.

Heeft u een woning met een WOZ-waarde die hoger is dan € 1.050.000, dan heeft u een verhoogd eigenwoningforfait (bijtelling). Ook dan is het voordelig om de schuld af te lossen.

Verstrek de gegevens over uw eigenwoningschuld
Als u tussen 1 januari 2013 en 31 december 2015 een eigenwoningschuld bent aangegaan bij een niet-renseigneringsplichtige, dus bijvoorbeeld bij uw eigen bv, dan moet u informatie over deze lening verstrekken aan de Belastingdienst. Als u deze informatie niet (op tijd) verstrekt, dan vervalt uw recht op renteaftrek. De gegevens moeten uiterlijk worden verstrekt bij het indienen van de aangifte over het kalenderjaar van het aangaan of wijzigen van de lening. Voor leningen die in 2015 zijn aangegaan, is dat uiterlijk 31 december 2016 (of dus eerder als de aangifte inkomstenbelasting al eerder wordt ingediend).

[!] Vanaf het belastingjaar 2016 hoeft u de gegevens niet meer apart aan de Belastingdienst te melden. De informatie kunt/moet u dan verstrekken via de aangifte inkomstenbelasting.

Leen uw kinderen voor hun eigen woning
De rente staat erg laag waardoor sparen nu erg weinig oplevert. Voor u kan het aantrekkelijk zijn om geld aan uw kinderen uit te lenen voor de aankoop of verbouwing van hun woning. U heeft dan een goed rendement op het vermogen. Ook voor uw kinderen kan dit aantrekkelijk zijn omdat zij een goedkope(re) lening hebben dan bij de bank.

Stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning
Als u een kapitaalverzekering heeft, dan kunt u overwegen om nog voor het eind van het jaar een extra storting te doen. Daarmee bespaart u per
1 januari 2017 belasting in box 3 over het bedrag. Ook kan het rendement in uw kapitaalverzekering verbeteren.

[!] Dit is ook mogelijk als u een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW) heeft.

Verzoek om dubbele waardevrijstelling kapitaalverzekering eigen woning
Als u het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft, dan kunt u gebruik maken van een dubbele waardevrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning. Voorheen kon dit alleen als beide partners begunstigde waren. Sinds 1 januari 2016 kunt u bij de aangifte een verzoek doen om de uitkering voor de helft aan beide partners toe te rekenen.

[!] Heeft u een verzoek om dubbele waardevrijstelling gedaan, dan kunt u hier niet op terugkomen.
[!] Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW).

Minder belasting in box 3: verlaag de grondslag
Uw bezittingen minus schulden per 1 januari zijn van belang voor de te betalen belasting in box 3. Door de bezittingen in box 3 te verminderen, hoeft u minder belasting te betalen. Het kan dus interessant zijn om geplande uitgaven nog in 2016 te doen in plaats van 2017. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de aankoop van bezittingen voor persoonlijke doeleinden, zoals sieraden of een auto. Een andere mogelijkheid is het vooruitbetalen van verplichtingen, zoals verzekeringen. U kunt bijvoorbeeld ook ‘groene’ beleggingen aankopen, daar geldt per persoon een extra vrijstelling van € 57.213 voor, dus voor partners totaal € 114.426.

[!] Heeft u een belastingaanslag met een te betalen bedrag? Deze mag u in principe niet meenemen als schuld in box 3. Het is dus nog beter deze schuld nog voor het eind van het jaar te betalen. Dan is het betaalde bedrag namelijk niet meer uw vermogen. Door de rendementsgrondslag van box 3 te verlagen kunt u ook recht hebben op (meer) borgtoeslag.

Minder belasting in box 3: neem de kinderalimentatieverplichting nog 1 keer op
Bezittingen en schulden horen tot de grondslag van box 3. Betaalt u kinderalimentatie, dan kunt u de verplichting die u op 1 januari 2016 hiervoor had nog meenemen in box 3. Dit is wel uw laatste kans, want deze mogelijkheid bestaat vanaf 2017 niet meer.

Minder belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv
Als u geld uitleent aan uw bv, dan ‘verschuift’ het uitgeleende bedrag van box 3 naar box 1. Dan betaalt u hier dus geen belasting in box 3 over. Omdat u geld aan de bv leent, is de rente die u ontvangt wel belast in box 1 tegen maximaal 52%. Dit kan nog steeds voordeliger zijn dan de belasting in
box 3.

[!] Het uitgeleende bedrag moet wel minimaal zes maanden aan de bv worden uitgeleend.

Minder belasting in box 3: stort geld in uw bv
Heeft u nog een flink saldo op uw bankrekening staan, dan betaalt u hier belasting over in box 3. U kunt overwegen om geld als kapitaal in uw bv te storten. Het geld valt dan niet meer in box 3 dus u betaalt er geen belasting over. Verder heeft de bv meer liquiditeit.

[!] Het geld kan slechts onder voorwaarden weer onbelast uit de bv worden gehaald. Een gang naar de notaris is hiervoor bijvoorbeeld noodzakelijk.

Minder belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed
Bent u van plan om een woning te kopen? Plan dan de levering bij de notaris goed. Als u namelijk eigen geld steekt in de woning, en de levering van de woning pas in 2017 plaatsvindt, dan behoort dit eigen geld op 1 januari 2017 tot de grondslag van box 3 en moet u hier belasting over betalen. Vindt de levering nog dit jaar plaats, dan geldt dat niet. Maak dus goede afspraken over de aankoop.

Minder belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed
Bent u van plan om uw woning te verkopen? Plan dan de levering bij de notaris goed. Als u namelijk een winst behaalt bij de verkoop, dan is die winst in feite uw vermogen. Als de levering bij de notaris nog in 2016 plaatsvindt, dan moet u over die winst ook belasting in box 3 betalen in 2017. Als de overdracht ná 1 januari 2017 plaatsvindt, dan wordt deze
in 2017 nog niet meegenomen in box 3. Maak dus goede afspraken voor de verkoop.

Minder belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning
Heeft u in box 3 een woning (dus niet uw eigen woning) die u verhuurt? En valt deze onder de huurbescherming? Voor box 3 is de waarde dan een bepaald percentage van de WOZ-waarde. Als die waarde echter minimaal 10% hoger is dan de werkelijke waarde, mag u uitgaan van die lagere werkelijke waarde. U moet wel de werkelijke waarde kunnen aantonen.

[!] De Hoge Raad heeft in 2016 vergelijkbaar geoordeeld voor de toepassing van de schenk- en erfbelasting.

Plan de betaling van uw zorgkosten
Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De kosten moeten wel boven een bepaalde drempel uitkomen. De drempel is geen vast bedrag, maar is afhankelijk van uw verzamelinkomen, vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. Als u te maken heeft met zorgkosten, betaal de kosten dan nog in 2016. Dan zijn deze mogelijk nog in 2016 aftrekbaar.

Plan de betaling van scholingsuitgaven
Scholingskosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De kosten moeten zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen uit werk en woning te verwerven. Voor de aftrek gelden overigens een drempel en een plafond. De drempel is € 250. Als u te maken heeft met scholingskosten, betaal de kosten dan nog in 2016. Dan zijn deze mogelijk nog in 2016 aftrekbaar.

Er zijn plannen om de regeling voor aftrek van scholingsuitgaven met ingang van 2018 af te schaffen. Hiervoor in de plaats komt een niet-fiscale regeling.

[!] Als u met scholingskosten te maken heeft, maak deze dan zoveel mogelijk in één jaar zodat u sneller over de aftrekdrempel heen gaat.

Plan de betaling van onderhoudskosten van een monumentenwoning
Woont u in of bezit u een monumentenwoning, dan zijn de onderhoudskosten van deze woning voor 80% aftrekbaar. De kosten zijn in 2016 aftrekbaar als u deze in 2016 nog betaalt, verrekent of rentedragend maakt.

[!] Er waren plannen om de aftrek van onderhoudskosten voor een monumentenpand per 1 januari 2017 af te schaffen. Deze plannen worden aangehouden, dus ook in 2017 heeft u nog de mogelijkheid om kosten af te trekken.

Bepaal of uw vordering uit durfkapitaal nog kan worden geïnd
Heeft u vóór 2011 een lening verstrekt aan een startende ondernemer (een ́tante Agaath-lening’)? Bepaal dan of deze vordering nog kan worden geïnd. Als dat namelijk niet zo is, dan kan onder voorwaarden een aftrek worden geclaimd.

Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelasting
Woont u in het buitenland en ontvangt u portfolio dividenden uit Nederland? U heeft dan misschien recht op teruggaaf van dividendbelasting. De dividendbelasting is voor u een eindheffing, terwijl een Nederlandse inwoner de dividendbelasting mag verrekenen met de inkomstenbelasting. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat de belastingdruk voor u niet hoger mag zijn dan voor een vergelijkbare Nederlandse inwoner. Is sprake van een hogere belastingdruk, dan kunt u verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.

[!] Buitenlands belastingplichtigen kunnen de Nederlandse ingehouden dividendbelasting middels een teruggaafverzoek terugkrijgen. Doe dit op tijd: binnen vijf jaar.

Dien een T-biljet in
Heeft u de afgelopen jaren teveel belasting betaald? En is het bedrag dat u kunt terugkrijgen groter dan de grens voor de teruggaaf? Dien dan snel een T-biljet in. Dit moet u doen binnen vijf jaar na het eind van het kalenderjaar, dus voor 2011 kunt u dit nog tot eind 2016 doen.

Maak gebruik van jaarlijkse vrijstellingen
Voor kinderen die een schenking van hun ouders krijgen, geldt in 2016 een reguliere schenkingsvrijstelling van € 5.304. Deze vrijstelling kan worden verhoogd tot € 25.449. De verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut door een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar oud is. De eenmalig verhoogde vrijstelling geldt voor schenkingen voor studie/opleiding en voor de eigen woning. Per 2017 geldt een anderemschenkingsvrijstelling, let hier goed op.

Schenkingen die u voor het eind van het jaar heeft gedaan, worden op 1 januari 2017 niet meegenomen voor box 3.

Maak gebruik van de verruiming van de schenkvrijstelling voor de eigen woning (2017)
Heeft u kinderen die tussen de 18 en 40 jaar oud zijn? Dan kunt u overwegen om hen fiscaal vriendelijk een grote schenking te doen voor hun eigen woning. Zij hebben namelijk de mogelijkheid om eenmalig gebruik te maken van een hoge vrijstelling voor een bedrag van € 25.449. In 2016 geldt zelfs een hogere vrijstelling van € 53.016, als het gaat om een schenking voor de eigen woning. In 2017 kan aanvullend nog een vrijstelling van € 46.984 worden toegepast.

De schenking voor de eigen woning hoeft (in principe) niet bij de notaris plaats te vinden. Maar legt u de schenking vooral wel schriftelijk vast. En zorg ervoor dat er vóór 1 maart 2017 aangifte schenkbelasting van de schenking wordt gedaan, waarin een beroep wordt gedaan op de vrijstelling.

Vanaf 2017 is de eenmalig verhoogde vrijstelling (zowel voor kinderen als voor derden tussen de 18 en 40 jaar) € 100.000.

[!] Is er tussen 2010 en 2014 gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan kan de verhoogde vrijstelling in 2017 niet worden benut. Is er voor 2010 al gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, pas dan in 2016 de verhoogde vrijstelling van maximaal € 27.570 toe, want dan geldt in volgende jaren nog een vrijstelling van € 46.984.

Benut alsnog de hoge vrijgestelde schenking
De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling geldt alleen als de kinderen tussen de 18 en 40 jaar oud zijn. Valt uw kind niet (meer) in die leeftijdsgroep, dan is de eenmalig verhoogde vrijstelling niet meer van toepassing. Valt de fiscaal partner van uw kind nog wel in de genoemde categorie, dan kan uw kind de vrijstelling alsnog toepassen.

Verbind voorwaarden aan uw schenkingen
Als u schenkt, dan kunt u voorwaarden verbinden aan de schenking. Zo kunt u overwegen om aan de schenking een uitsluitingsclausule te verbinden. Daarmee kunt u voorkomen dat de schenking bij hun echtscheiding bij de schoonfamilie van uw kind terecht komt. U kunt ook bepalen dat schenkingen onder bewind worden gedaan. Dan wordt de macht over het vermogen voorbehouden. Een herroepelijke schenking zorgt ervoor dat u een schenking kunt terugdraaien.

Gebrek aan liquiditeiten? Doe een papieren schenking
Wilt u schenken maar heeft u onvoldoende vermogen? Dan kunt u overwegen om een papieren schenking te doen (een schuldigerkenning uit vrijgevigheid). U blijft het geschonken bedrag dan schuldig aan de kinderen. Hierdoor verliest u niet de beschikking over het vermogen, maar kan op langere termijn toch een belastingvoordeel worden bereikt. De schuld die u aan de kinderen heeft, is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.

[!] Over de schuld moet ieder jaar 6% rente worden betaald. Als dat niet wordt gedaan, dan wordt de schuld niet gezien als een schuld van de nalatenschap. Hierover moet dan toch erfbelasting worden betaald.

Stem uw giften aan ANBI’s af
Als u schenkingen doet aan een ANBI, een culturele ANBI of aan een steunstichting SBBI, dan zijn deze aftrekbaar. Er geldt wel een drempel van 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. De aftrek van de schenking is maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek. Zorgt u ervoor dat uw schenkingen zijn afgestemd op de drempel voor en het maximum aan de aftrek.

Gaat het een schenking aan een culturele ANBI, dan is uw voordeel nog groter, want de aftrek wordt dan verhoogd. Deze verhoging van de aftrek geldt alleen nog in 2016 en 2017. De verhoging is 25%. Het maximale bedrag aan giften waarvoor deze verhoging geldt is € 5.000, dus de verhoging is dan € 1.250.

[!] Als u niet boven de drempel voor de giftenaftrek uitkomt, overweeg dan om giften in één jaar te doen waardoor u misschien wél boven de drempel uitkomt.

Vervang uw gewone schenking door een periodieke
De schenkingen die u aan een ANBI doet, zijn aftrekbaar als zij boven een drempel uitkomen. Deze is 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. En er is een maximum aan aftrek: maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek.
Zijn uw schenkingen aan een ANBI niet (volledig) aftrekbaar, overweeg dan om de schenking te vervangen door een periodieke schenking. Hiervoor gelden namelijk geen beperkingen.

[!] Periodieke schenkingen moeten wel in een notariële of onderhandse akte van schenking zijn opgenomen. De looptijd van de periodieke schenking is minimaal vijf jaar.

Laat uw testament (regelmatig) controleren
Heeft u een testament? U doet er dan goed aan om dit (regelmatig) te laten controleren. De wetgeving is al enkele malen gewijzigd, en mogelijk uw persoonlijke situatie en wensen ook. Het is dan ook goed mogelijk dat uw situatie niet meer optimaal is. Laat daarom uw testament (regelmatig) controleren.

[!] Met een goed testament kan mogelijk ook belasting worden bespaard.

Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op
Bent u onlangs getrouwd? Was het de bedoeling om huwelijksvoorwaarden op te maken maar bent u dat per ongeluk vergeten? Dan kunt u dat alsnog. Als u namelijk kunt aantonen dat u al voor u ging trouwen van plan was om huwelijkse voorwaarden aan te gaan, dan kunt u dat nu alsnog doen. Uiteraard mag u dan geen scheidingsprocedure hebben doorlopen.

[!] De huwelijksvoorwaarden moeten binnen drie jaar na het huwelijk worden gemaakt.

Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren
Heeft u huwelijksvoorwaarden? Dan is de kans groot dat de keuze over de inhoud bij het aangaan van het huwelijk is gemaakt. Het kan natuurlijk dat andere huwelijksvoorwaarden nu beter bij uw situatie passen. De wetten zijn gewijzigd en misschien uw persoonlijke situatie en wensen ook. Laat uw huwelijksvoorwaarden daarom (regelmatig) controleren.

Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na!
Heeft u huwelijksvoorwaarden met een periodiek verrekenbeding? Dan is het heel belangrijk dat u deze steeds nakomt. Met andere woorden, verreken de inkomsten periodiek. Doet u dat namelijk niet, dan kan dat grote nadelige gevolgen hebben. Mocht het huwelijk namelijk onverhoopt eindigen, dan wordt afgerekend alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen.